Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 317
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift (Afschrift II) van een verslag of notulen van een vergadering.

1942 (verwijst naar de winter van 1941-1942 en een circulaire van 4 maart 1942).

Origineel

Afschrift (Afschrift II) van een verslag of notulen van een vergadering. 1942 (verwijst naar de winter van 1941-1942 en een circulaire van 4 maart 1942). No. 348 L.M.1942 4/5. A f s c h r i f t II.

Het verheugt spreker den heer Valstar bereid te hebben gevonden op deze vergadering een uiteenzetting te komen geven van de positie der groentevoorziening en mededeeling te komen doen van zijn indrukken van den afgeloopen winter.
Na deze uiteenzetting zal er gelegenheid zijn voor de vertegenwoordigers der gemeenten bepaalde vragen of klachten onder den aandacht van de heeren Valstar en Velders te brengen.
Bij de groentevoorziening doet zich de vraag voor, welk aandeel de gemeenten daarin kunnen hebben. In de circulaire van Binnenlandsche Zaken van 4 Maart 1942 worden de gemeenten geadviseerd, zich zooveel mogelijk van deze voorziening afzijdig te houden en groote voorzichtigheid te betrachten bij het zoeken naar een eigen voorzieningsgelegenheid. De volle nadruk is derhalve gelegd op het centrale karakter der groentevoorziening. Dit neemt echter niet weg dat ook binnen dit kader met wenschen van de gemeenten rekening gehouden zal kunnen worden.
Spreker verzoekt den heer Valstar zijn uiteenzetting te geven van de positie der groentevoorziening.

Uiteenzetting van den heer Valstar.
De heer Valstar is verheugd wederom gelegenheid te hebben in dezen kring over de maatregelen der groentevoorziening en de daaraan verbonden moeileijkheden te kunnen spreken.
Wel is er verschil met de vorige vergadering: toen meende spreker een optimistisch geluid te kunnen doen hooren. Nu moet spreker wel kritiek verwachten, want er hebben zich grooter moeilijkheden voorgedaan dan in de vorige vergadering konden worden voorzien.
Spreker vraagt zich wel eens af of men overal den winter wel is ingegaan met de goede instelling.
Spreker vermoedt, dat niet alle aanwezigen spreker's optimisme van de vorige vergadering volledig hebben verstaan. Immers spreker heeft bij al zijn opmerkingen steeds herhaald, dat er onberekenbare factoren zijn, die de goede verwachtingen konden te niet doen.

Regeling winter 1941-1942.
Het blijkt nu achteraf, dat de door spreker bedoelde onberekenbare factoren grooter zijn geweest, dan volgens normale berekening verwacht had kunnen worden.
1e De vorst. Groote hoeveelheden van de beste wintergroenten, zooals spruiten, boerenkool en prei, zijn door den vorst aan de comsumptie onttrokken.
2e De Lengte van den winter. Maatregelen waren genomen, dat een voorraad wintergroenten kon worden gevormd voor het vroege voorjaar, waarbij gerekend werd met een voorziening tot het midden van Maart. Door de hevigheid en de lengte van den winter is echter veel uit de glascultures bevroren en heeft men dus langer dan gewoonlijk een beroep moeten doen op de wintergroenten.
3e. Het transport. Op het oogenblik, dat voor de groentevoorziening groote behoefte bestond aan vervoersgelegenheid, werden alle transportmiddelen gevorderd voor het aardappeltransport.
Voorts moet men zich erb rekenschap van geven dat er een belangrijke toename is van het groanteverbruik. Door het tekort aan andere voedingsmiddelen is het gebruik van groente, waarvoor geen distributiemaatregelen gelden, belangrijk toegenomen. Bovendien zijn er de export en andere factoren, welke vallen buiten de contrôle van spreker.

--- * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (bijv. "afgeloopen", "zooveel", "heeren"). Er zijn enkele typfouten of archaïsche varianten zichtbaar, zoals "moeileijkheden" (waarbij de 'e' in het origineel lijkt te zijn doorgehaald), "comsumptie" (met een 'm'), "erb" (waarschijnlijk bedoeld als 'er') en "groanteverbruik".
* Kernboodschap: De heer Valstar verdedigt het beleid van de centrale groentevoorziening na een moeizame winter. Hij legt uit waarom eerdere optimistische voorspellingen niet zijn uitgekomen.
* Belangrijkste knelpunten:
1. Extreme weersomstandigheden: De winter van 1941-1942 was historisch streng, waardoor gewassen bevroren.
2. Logistiek: Transportmiddelen werden prioritair ingezet voor aardappelen, waardoor groente bleef liggen.
3. Vraag en Aanbod: Omdat andere voedingsmiddelen op rantsoen gingen (distributie), steeg de vraag naar ongerantsoeneerde groenten explosief.
4. Export: Hoewel niet expliciet benoemd als 'Duitse opeising', verwijst de "export" naar de gedwongen leveringen aan Duitsland.
* Bestuurlijke verhoudingen: Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen het centrale gezag en de gemeenten. Gemeenten wordt geadviseerd zich "afzijdig te houden" en niet zelf voor hun burgers te gaan inkopen, wat duidt op de centralisatiedrang van het bezettingsbestuur.

--- Dit document stamt uit het voorjaar van 1942. Nederland was op dat moment bijna twee jaar bezet door Nazi-Duitsland. De voedselvoorziening werd aangestuurd door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO). De heer Valstar (S.J. Valstar) was een sleutelfiguur binnen de Nederlandse groente- en fruitsector en betrokken bij de regulering hiervan tijdens de oorlog.

De winter van 1941-1942 staat bekend als een van de strengste winters van de 20e eeuw. Dit zorgde voor enorme tekorten, niet alleen door bevriezing van de oogst, maar ook door het vastlopen van het transport over water (ijsgang). De tekst illustreert de overgangsfase van de bezetting waarin de schaarste nijpend begon te worden en de centrale overheid probeerde de volledige controle te behouden over de distributie om chaos of lokale "eigen initiatieven" van burgemeesters te voorkomen. De "onberekenbare factoren" waar Valstar naar verwijst, dienden deels om de eigen tekortkomingen van het systeem en de onvermijdelijke gevolgen van de bezetting te maskeren.

Samenvatting

  • Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (bijv. "afgeloopen", "zooveel", "heeren"). Er zijn enkele typfouten of archaïsche varianten zichtbaar, zoals "moeileijkheden" (waarbij de 'e' in het origineel lijkt te zijn doorgehaald), "comsumptie" (met een 'm'), "erb" (waarschijnlijk bedoeld als 'er') en "groanteverbruik".
  • Kernboodschap: De heer Valstar verdedigt het beleid van de centrale groentevoorziening na een moeizame winter. Hij legt uit waarom eerdere optimistische voorspellingen niet zijn uitgekomen.
  • Belangrijkste knelpunten:
    1. Extreme weersomstandigheden: De winter van 1941-1942 was historisch streng, waardoor gewassen bevroren.
    2. Logistiek: Transportmiddelen werden prioritair ingezet voor aardappelen, waardoor groente bleef liggen.
    3. Vraag en Aanbod: Omdat andere voedingsmiddelen op rantsoen gingen (distributie), steeg de vraag naar ongerantsoeneerde groenten explosief.
    4. Export: Hoewel niet expliciet benoemd als 'Duitse opeising', verwijst de "export" naar de gedwongen leveringen aan Duitsland.
  • Bestuurlijke verhoudingen: Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen het centrale gezag en de gemeenten. Gemeenten wordt geadviseerd zich "afzijdig te houden" en niet zelf voor hun burgers te gaan inkopen, wat duidt op de centralisatiedrang van het bezettingsbestuur.

Historische Context

Dit document stamt uit het voorjaar van 1942. Nederland was op dat moment bijna twee jaar bezet door Nazi-Duitsland. De voedselvoorziening werd aangestuurd door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO). De heer Valstar (S.J. Valstar) was een sleutelfiguur binnen de Nederlandse groente- en fruitsector en betrokken bij de regulering hiervan tijdens de oorlog.

De winter van 1941-1942 staat bekend als een van de strengste winters van de 20e eeuw. Dit zorgde voor enorme tekorten, niet alleen door bevriezing van de oogst, maar ook door het vastlopen van het transport over water (ijsgang). De tekst illustreert de overgangsfase van de bezetting waarin de schaarste nijpend begon te worden en de centrale overheid probeerde de volledige controle te behouden over de distributie om chaos of lokale "eigen initiatieven" van burgemeesters te voorkomen. De "onberekenbare factoren" waar Valstar naar verwijst, dienden deels om de eigen tekortkomingen van het systeem en de onvermijdelijke gevolgen van de bezetting te maskeren.

Gerelateerde Documenten 6