Handgeschreven ambtelijke notitie en conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie en conceptbrief. Vermoedelijk augustus 1941 (gezien de referentie naar "17 Aug." en de historische context). Er staat een archiefkenmerk "20/7 1/3" rechtsboven het midden. Aldewereld werkt sinds eenige maanden
als expediteur van groenten voor de
Joodsche bevolking & meende dat hij
daarvoor een vergunning noodig had
van de Wirtschaftsprüfstelle.
Naar onze meening is dat niet noodig
& berust zijn aanvraag dus op een
misverstand zijnerzijds. 20/7 1/3
Onderw:
verzoek Aldewereld als A-formulier
Br. v. d. Rijks [...] a. d. 17 Aug.
j.l. heb ik de eer U te berichten,
dat G. Aldewereld optreedt als
expediteur voor de voorziening der
Joodsche bevolking met groenten.
Aldewereld meende daarvoor
een vergunning noodig te hebben
van de Wirtschaftsprüfstelle.
Naar mijn meening is dit echter
niet noodig, aangezien Aldewereld
slechts koeriersdiensten verricht.
~~De aanvraag berust dus op een~~
~~misverstand.~~
Ter Hubregtse hoofdb. [?] Dit document bestaat uit twee delen: een interne notitie (bovenste helft) en een concept voor een formele reactie of brief (onderste helft).
De kern van de zaak is dat een zekere G. Aldewereld werkzaam is als expediteur voor de voedselvoorziening (groenten) van de Joodse bevolking. Aldewereld meende dat hij hiervoor een officiële vergunning nodig had van de Wirtschaftsprüfstelle (de Duitse instantie die toezicht hield op het bedrijfsleven tijdens de bezetting). De opsteller van dit document concludeert echter dat een dergelijke vergunning niet nodig is, omdat de werkzaamheden van Aldewereld slechts als "koeriersdiensten" worden beschouwd.
De tekst onderaan vertoont correcties: de laatste twee regels over het "misverstand" zijn doorgestreept, wat duidt op een redactieproces van de definitieve brief. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "Joodsche bevolking" en de "Wirtschaftsprüfstelle" plaatst het stuk direct in de bureaucratische realiteit van die tijd.
Tijdens de bezetting werd de bewegingsvrijheid en de toegang tot middelen voor Joden steeds verder beperkt door anti-Joodse maatregelen. De voedselvoorziening werd strikt gereguleerd. De Wirtschaftsprüfstelle speelde een centrale rol in de "gelijkschakeling" en controle van de Nederlandse economie en het onteigenen van Joodse bezittingen. Dat er een specifieke expediteur was voor groenten voor de Joodse bevolking, getuigt van de toenemende segregatie en de noodzaak voor aparte logistieke stromen binnen het distributiestelsel.