Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 27 augustus 1942. W.H. v.d. Nederend. Amst 27 Aug 42 m. Du
WelEd Zeer Geachte Heer
Dir der Gem Groente Halle
Ik W H v d Nederend
zou Ued beleefd voor een onder-
houd willen vragen. Daar ik
geregeld geweigerd word bij
de Groente Grossiers om van
hun groente te betrekken om
reden dat ik altijd van de
tuinders zooals dat ging toen
de Groente Centrale nog niet
bestond. Nu moet ik geregeld
in de zwarte handel koopen
of van mijn kinderen afhan-
gen. z.o.z. In deze brief wendt W.H. v.d. Nederend zich tot de directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Groentehal met een dringend verzoek om een gesprek. De kern van het probleem is de veranderde distributiestructuur tijdens de bezetting.
Voorheen kocht de afzender zijn voorraad direct in bij de tuinders. Echter, met de instelling van de 'Groente Centrale' door de bezetter, werd de handel strikt gereguleerd en moesten detailhandelaren via officiële grossiers inkopen. Omdat v.d. Nederend geen historische band had met deze grossiers, weigeren zij hem nu te beleveren. Hij schetst de ernst van de situatie door aan te geven dat hij nu gedwongen is om op de zwarte markt te kopen of afhankelijk te zijn van zijn kinderen om zijn nering voort te kunnen zetten. De toon is formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoekschriften in die tijd. De brief dateert uit augustus 1942, een periode waarin de schaarste in Nederland toenam en de Duitse bezetter de controle over de voedselvoorziening volledig had overgenomen via het distributiestelsel.
De oprichting van instanties zoals de Groente Centrale (onderdeel van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) was bedoeld om de volledige keten van producent naar consument te beheersen. Dit diende twee doelen: het garanderen van een basisrantsoen voor de Nederlandse bevolking en, belangrijker nog, het veiligstellen van enorme hoeveelheden voedsel voor export naar Duitsland.
Kleine handelaren die voor de oorlog buiten de grote marktstructuren om werkten (door direct bij de bron in te kopen), kwamen door deze centralisatie in het nauw. Grossiers gaven in tijden van schaarste logischerwijs voorrang aan hun vaste vooroorlogse klanten. De vermelding van de "zwarte handel" in de brief is veelzeggend; hoewel illegaal en streng gestraft, was het voor veel kleine ondernemers en burgers de enige manier om aan voldoende goederen te komen. De Gemeentelijke Groentehal in Amsterdam, gevestigd in de Centrale Markthallen, was het epicentrum van deze gereguleerde handel.
Samenvatting
In deze brief wendt W.H. v.d. Nederend zich tot de directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Groentehal met een dringend verzoek om een gesprek. De kern van het probleem is de veranderde distributiestructuur tijdens de bezetting.
Voorheen kocht de afzender zijn voorraad direct in bij de tuinders. Echter, met de instelling van de 'Groente Centrale' door de bezetter, werd de handel strikt gereguleerd en moesten detailhandelaren via officiële grossiers inkopen. Omdat v.d. Nederend geen historische band had met deze grossiers, weigeren zij hem nu te beleveren. Hij schetst de ernst van de situatie door aan te geven dat hij nu gedwongen is om op de zwarte markt te kopen of afhankelijk te zijn van zijn kinderen om zijn nering voort te kunnen zetten. De toon is formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoekschriften in die tijd.
Historische Context
De brief dateert uit augustus 1942, een periode waarin de schaarste in Nederland toenam en de Duitse bezetter de controle over de voedselvoorziening volledig had overgenomen via het distributiestelsel.
De oprichting van instanties zoals de Groente Centrale (onderdeel van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) was bedoeld om de volledige keten van producent naar consument te beheersen. Dit diende twee doelen: het garanderen van een basisrantsoen voor de Nederlandse bevolking en, belangrijker nog, het veiligstellen van enorme hoeveelheden voedsel voor export naar Duitsland.
Kleine handelaren die voor de oorlog buiten de grote marktstructuren om werkten (door direct bij de bron in te kopen), kwamen door deze centralisatie in het nauw. Grossiers gaven in tijden van schaarste logischerwijs voorrang aan hun vaste vooroorlogse klanten. De vermelding van de "zwarte handel" in de brief is veelzeggend; hoewel illegaal en streng gestraft, was het voor veel kleine ondernemers en burgers de enige manier om aan voldoende goederen te komen. De Gemeentelijke Groentehal in Amsterdam, gevestigd in de Centrale Markthallen, was het epicentrum van deze gereguleerde handel.