Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 7 september 1942. Th. Eijgensteijn, Olympiaweg 115, Amsterdam. Directie Centrale Markthallen, Amsterdam. Amsterdam, 7 Sept 1942
Directie Centrale Markthallen
Amsterdam
Mijne Heeren,
Mijn familie in Friesland
wil mij zenden twee vaten gesneden,
gezouten snijboonen.
Nu weet ik niet of dit onder
het vervoerverbod valt en zoo ja, zoudt
U mij dan kunnen zeggen, waar
ik daarvoor eventueel een ver-
voerbiljet voor zou kunnen aan-
vragen.
Gaarne bij voorbaat mijn
dank voor Uw moeite
Hoogachtend
Th Eijgensteijn
Olympiaweg 115 De brief is een formeel informatieverzoek van een burger aan een overheidsinstantie (de Centrale Markthallen) over de complexe regelgeving rondom voedseltransport tijdens de Duitse bezetting. De afzender wil weten of het toegestaan is om twee vaten ingemaakte snijbonen vanuit Friesland naar Amsterdam te laten sturen.
De kernvraag draait om het vervoerverbod en de noodzaak van een vervoerbiljet (een officiële transportvergunning). De brief weerspiegelt de bureaucratische werkelijkheid van die tijd, waarin zelfs kleine private voedselzendingen tussen familieleden onderworpen waren aan strenge controle om de zwarte markt in te dammen en de centrale distributie te handhaven. Het handschrift is een verzorgd en goed leesbaar cursief uit het midden van de 20e eeuw. In september 1942 was Nederland ruim twee jaar bezet. Voedseldistributie en schaarste waren aan de orde van de dag. Friesland fungeerde als belangrijke voedselbron voor de grote steden in het westen. Het inzouten (pekelen) van snijbonen was een traditionele manier om groenten te conserveren voor de wintermaanden, wat in oorlogstijd essentieel was voor de voedselzekerheid van gezinnen. De Centrale Markthallen in Amsterdam vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad en waren daarom het aangewezen aanspreekpunt voor vragen over transportvergunningen voor levensmiddelen. De afzender woonde aan de Olympiaweg 115 in de Amsterdamse Stadionbuurt.
Samenvatting
De brief is een formeel informatieverzoek van een burger aan een overheidsinstantie (de Centrale Markthallen) over de complexe regelgeving rondom voedseltransport tijdens de Duitse bezetting. De afzender wil weten of het toegestaan is om twee vaten ingemaakte snijbonen vanuit Friesland naar Amsterdam te laten sturen.
De kernvraag draait om het vervoerverbod en de noodzaak van een vervoerbiljet (een officiële transportvergunning). De brief weerspiegelt de bureaucratische werkelijkheid van die tijd, waarin zelfs kleine private voedselzendingen tussen familieleden onderworpen waren aan strenge controle om de zwarte markt in te dammen en de centrale distributie te handhaven. Het handschrift is een verzorgd en goed leesbaar cursief uit het midden van de 20e eeuw.
Historische Context
In september 1942 was Nederland ruim twee jaar bezet. Voedseldistributie en schaarste waren aan de orde van de dag. Friesland fungeerde als belangrijke voedselbron voor de grote steden in het westen. Het inzouten (pekelen) van snijbonen was een traditionele manier om groenten te conserveren voor de wintermaanden, wat in oorlogstijd essentieel was voor de voedselzekerheid van gezinnen. De Centrale Markthallen in Amsterdam vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad en waren daarom het aangewezen aanspreekpunt voor vragen over transportvergunningen voor levensmiddelen. De afzender woonde aan de Olympiaweg 115 in de Amsterdamse Stadionbuurt.