Handgeschreven brief (verklikkersbrief/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verklikkersbrief/klacht). Vermoedelijk 10 oktober 1942 (gebaseerd op het stempel "M.1942 10/10"). Nº 20/91/1 M.1942 10/10 In. Du 20/91/2
Mijnheer
Hiermede brengen wij groente
handelaars gezamelijk een klacht bij
u in. Er woont in de van Tienhovenstraat
No. 98. een man die steeds zijn groente
regelrecht van het land betrekt zonder
dat het aan de markt komt. Een maal
is zijn wagen al in beslag genomen
en even goed gaat hij er mee door.
Smorgens om ongeveer half negen of
negen uur komt hij al opgeladen aan
rijden en dan verstopt hij het gauw in
zijn huis op 96. dan kunnen de klanten
al geholpen worden terwijl wij veel
laten komen van de markt alzoo
verliezen wij onze klanten en wij zitten
al op zware lasten. Hij betaald nooit
geen cent belasting terwijl hij honderde
guldens verdient. Zoo iemand is onverbeterlijk
en hoort bij de Communiste thuiss in een
kamp.
Achtend
de Groente handelaars
uit die buurt
[Onderaan rechts:]
ook smiddags
haalt hij een wagen
groenten De brief is een collectieve klacht van een groep groentehandelaren tegen een specifieke concurrent in de Van Tienhovenstraat (vrijwel zeker in Amsterdam, gezien de straatnaam en de aard van de distributie). De kern van de klacht is oneerlijke concurrentie: de beschuldigde man omzeilt de officiële distributiekanalen (de centrale markt) door direct van boeren ("van het land") te kopen. Hierdoor kan hij zijn waar eerder aanbieden dan de reguliere handelaren, die vastzitten aan de regels en kosten van de markt.
De brief bevat verschillende beschuldigingen:
1. Economische delicten: Illegale handel buiten de markt om en belastingontduiking.
2. Recidive: De schrijvers merken op dat zijn wagen al eerder in beslag is genomen, maar dat hij desondanks doorgaat.
3. Politieke verdachtmaking: De schrijvers eindigen met een zware politieke beschuldiging door de man een "Communist" te noemen die in een "kamp" thuishoort. Dit was in 1942 een directe poging om de Duitse bezetter of de collaborerende politie aan te sporen tot harde repressie. Dit document is een treffend voorbeeld van de "verklikkingcultuur" tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Schaarsheid en strikte overheidsregulering van voedseldistributie leidden tot een bloeiende zwarte handel.
Veel handelaren die zich wel aan de regels hielden (of gedwongen werden dat te doen), voelden zich benadeeld door degenen die "in het wild" handelden. De taal in de brief is fel: door iemand als communist te bestempelen in 1942, speelden de schrijvers in op de ideologische vijandschap van de nazi-bezetter jegens het communisme. Dergelijke brieven werden vaak anoniem of namens een groep ("de groente handelaars") verstuurd om de eigen identiteit te beschermen terwijl men de autoriteiten inschakelde om een economische concurrent uit te schakelen.