Jaarverslag van de Gemeente Amsterdam, sectie Marktwezen.
Origineel
Jaarverslag van de Gemeente Amsterdam, sectie Marktwezen. [Pagina 4]
De bestaande tijdelijke hulpmarkten werden voor ten hoogste een jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld bleef in het verslagjaar nagenoeg gelijk aan die van het vorige jaar.
In het verslagjaar werd aan brandstoffenmarkten ligplaats ingenomen:
per kalenderweek door 4848 schuiten (v.j. 3970) met een totalen inhoud van 258.627 ton (v.j. 214.935 ton) van 1000 kg laadvermogen;
per kalendermaand door 46 schuiten (v.j. 62) met een totalen inhoud van 3359 ton (v.j. 4778 ton) van 1000 kg laadvermogen;
per kalenderjaar door 237 schuiten (v.j. 248) met een totalen inhoud van 13.236 ton (v.j. 13.845 ton) van 1000 kg laadvermogen.
Vischmarkt.
De totale opbrengst der in het verslagjaar voor den afslag aangevoerde en dus van gemeentewege geveilde visch zoowel als de afslaggelden bedroegen minder dan het voorgaande jaar.
Aan aanvoergelden op het buitenterrein werd dit jaar belangrijk meer ontvangen dan het vorige jaar; aan entréegelden weinig meer.
In verband met de buitengewone omstandigheden was ook dit jaar de aanvoer van diverse zeevischsoorten gering.
Met ingang van 21 October werd, na gepleegd overleg tusschen het Gemeentebestuur en de Nederlandsche Visscherijcentrale, aan den afslag alhier een voorloopige verdeelingsregeling ingevoerd voor aal en de overige soorten zoetwatervisch onder den kleinhandel (en wel den straathandel). Door genoemde Centrale werden maatregelen getroffen, den aanvoer van deze soorten te vergrooten.
Ook de aanvoer van mosselen naar de hoofdstad werd bevorderd, door de inwerkingtreding van een regeling op 3 October, waarbij in samenwerking met de Nederlandsche Visscherijcentrale en het Centraal Verkoopkantoor van mosselen te Bergen op Zoom de mosselen te Amsterdam aan den afslag via een uit den handel gevormde combinatie onder de Amsterdamsche kleinhandelaren worden verdeeld.
Algemeene dagmarkten.
Als gevolg van maatregelen van Hooger Gezag werd de algemeene dagmarkt aan het Waterlooplein sedert 22 December niet meer gehouden.
Mede als gevolg van die maatregelen werden met ingang van 3 November tijdelijke hulpmarkten, uitsluitend toegankelijk voor Joodsche kooplieden en Joodsche marktbezoekers, ingesteld, namelijk op het Waterlooplein, in de Gaaspstraat en de Joubertstraat (Besluit Burgemeester van 31 October 1941, No. 951 L.M.).
De aanwijzing der bestaande tijdelijke hulpmarkten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld in het verslagjaar bedroeg minder dan het vorige jaar.
Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1940 en 1941 ingenomen plaatsen.
[Tabel]
Markten | half-jaarplaatsen 1940 | half-jaarplaatsen 1941 | weekplaatsen 1940 | weekplaatsen 1941 | dagplaatsen 1940 | dagplaatsen 1941
--- | --- | --- | --- | --- | --- | ---
Nieuwmarkt | 23 | 6 | 3.775 | 2.935 | 6.110 | 3.158
Waterlooplein | 23 | 20 | 9.575 | 7.040 | 15.685 | 9.960
Dapperstraat | 85 | 70 | 7.051 | 4.150 | 7.260 | 6.047
Albert Cuypstraat | 41 | 31 | 13.980 | 13.533 | 19.343 | 15.456
Ten Katestraat | 36 | 30 | 9.530 | 8.596 | 8.019 | 5.754
Lindengracht | 71 | 53 | 10.525 | 8.605 | 11.503 | 8.665
Zwanenburgwal | — | — | 1.702 | 964 | 4.006 | 3.669
Joubertstraat | — | — | — | 299 | — | 290
Gaaspstraat | — | — | — | 1.267 | — | 1.685
Totaal | 279 | 210 | 56.138 | 47.389 | 71.926 | 54.684
[Pagina 5]
III. Weekmarkten.
Boom- en bloemmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bleef nagenoeg constant.
Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld op deze markt, die als gevolg van de reeds genoemde maatregelen sedert 2 Maart niet meer werd gehouden, vertoonde een sterken teruggang, bij die van het vorige jaar vergeleken. Tot dien datum werden ingenomen 3216 dagplaatsen.
Algemeene weekmarkten.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
De opbrengst aan marktgeld van de algemeene weekmarkten liep terug.
In het verslagjaar werden op de volgende markten de daarachter vermelde dagplaatsen ingenomen — de tusschen haakjes geplaatste getallen vermelden de overeenkomstige gegevens over 1940 — Westerstraat 15.395 (18.441); Sumatrastraat 2437 (3092); Jan Evertsenstraat 2889 (3563); Noordermarkt 5619 (9395); Amstelveld 6637 (8451); Mosplein 5775 (7415); totaal 38.752 (51.395).
Halfjaarplaatsen en weekplaatsen werden hier niet ingenomen.
IV. Standplaatsen buiten de markten.
Hieronder volgt een overzicht van het aantal vergunningen door den Burgemeester in 1941 verleend voor het innemen van standplaatsen buiten de markten.
[Tabel]
Artikelen | bij het begin van het jaar | in den loop van het jaar uitgereikt | in den loop van het jaar ingetrokken | aan het einde van het jaar
--- | --- | --- | --- | ---
Eet- of drinkwaren | 371 | 49 | 61 | 359
Bloemen | 195 | 16 | 29 | 182
Diverse artikelen | 8 | — | — | 8
Totaal | 574 | 65 | 90 | 549
Van deze vergunningen waren aan het einde van het jaar 73 voor een gedeelte van het jaar verleend.
Voor het uitstallen van kerstboomen en hulst werden 108 (v.j. 140) tijdelijke vergunningen uitgereikt.
De opbrengst der standplaatsgelden, waarin is begrepen een bedrag wegens het z.g. kramengeld, welke belasting op 1 December 1938 werd ingevoerd, vertoonde een teruggang.
V. Ventverordening.
Op 1 Januari waren door Burgemeester en Wethouders verleend 2898 vent- en opkoopersvergunningen; op 31 December bedroeg dit aantal 2408.
Van de aantallen ventvergunningen der diverse groepen van artikelen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar worden genoemd: aardappelen, groenten en fruit 536—554, bloemen en planten 538—426, brandstoffen (w.o. petroleum) 91—39, geringe eetwaren en consumptie-ijs 305—321, visch en zuurwaren 567—480, boter, kaas en eieren 87—59, diversen en manufacturen 295—240.
De aantallen opkoopersvergunningen bij het begin en aan het einde van het verslagjaar bedroegen resp. 479 en 289.
De opbrengst der ventgelden was in het verslagjaar minder dan het voorgaande jaar.
De Directeur van het Marktwezen,
C. F. SIXMA.
--- * Impact van de bezetting: Het document illustreert de directe gevolgen van de Duitse bezetting op het dagelijks leven. De term "Hooger Gezag" is een eufemisme voor de Duitse bezettingsautoriteiten.
* Segregatie: De meest markante passage betreft de instelling van "hulpmarkten, uitsluitend toegankelijk voor Joodsche kooplieden en Joodsche marktbezoekers" per november 1941. Dit markeert de formele uitsluiting van Joden van de reguliere openbare markten en hun isolatie in specifieke gebieden (Waterlooplein voor de Joodse wijk en de Transvaalbuurt/Gaaspstraat voor de Joden die daarheen waren verdreven).
* Economische krimp: De statistieken tonen een significante daling in vrijwel alle sectoren (dagplaatsen op de Nieuwmarkt daalden van 6.110 naar 3.158). Dit is te wijten aan schaarste, rantsoenering en de beperkende maatregelen voor Joodse ondernemers, die een groot deel van de marktbevolking uitmaakten.
* Schaarste: De geringe aanvoer van zeevis en de daling in brandstofvergunningen (van 91 naar 39) wijzen op de groeiende tekorten tijdens de oorlog.
--- Dit document is een cruciale primaire bron voor de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het jaar 1941 was het jaar van de Februaristaking en de daaropvolgende verscherpte anti-Joodse maatregelen. In deze periode werd de bewegingsvrijheid van de Joodse bevolking stapsgewijs ingeperkt.
De verplaatsing van de marktactiviteiten naar de Gaaspstraat en Joubertstraat is specifiek verbonden aan de status van de Transvaalbuurt als 'Judenviertel'. Het feit dat deze administratieve gegevens zo zakelijk worden gepresenteerd door het Marktwezen, toont hoe de bureaucratie van de gemeente Amsterdam meewerkte aan de uitvoering van de segregatiepolitiek van de bezetter. De handtekening van C. F. Sixma onderstreept de officiële aard van deze verslaglegging.