Officieel ambtelijk verslag (concept) met handgeschreven kantekeningen en correcties.
Origineel
Officieel ambtelijk verslag (concept) met handgeschreven kantekeningen en correcties. Het document noemt data tot en met 31 oktober 1941 en vergelijkt de jaren 1940 en 1941. (Handgeschreven bovenaan:)
Algemeene dagmarkten.
Als gevolg van maatregelen van Hooger gezag wordt de algemeene dagmarkt aan het Waterlooplein sedert 22 December niet meer gehouden.
Mede als gevolg van die maatregelen werden m.i.v. 3 November daarna tijdelijke hulpmarkten, uitsluitend toegankelijk voor Joodsche kooplieden en Joodsche marktbezoekers, ingesteld, namelijk op het Waterlooplein, in de Gaaspstraat en de Joubertstraat.
(Besluit Burgemeester d.d. 31 October 1941, no. 951 L I 1941).
De aanwijzing der bestaande tijdelijke hulpmarkten is tijdens het verslagjaar voor tenhoogste een jaar verlengd.
(Getypte tekst met handgeschreven correcties:)
De opbrengst aan marktgeld bedroeg $f$ 71.489,45 ~~$f$ 85.900,25~~ (v.j. $f$ 85.900,25)
Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1941 ~~1940~~ en 1940 ~~194~ ingenomen plaatsen.
| Markten | halfjaarplaatsen (1941/1940) | Aantal weekplaatsen (1941/1940) | dagplaatsen (1941/1940) |
|---|---|---|---|
| Nieuwmarkt | 6 / 23 | 2935 / 3775 | 3158 / 6110 |
| Waterlooplein | 20 / 23 | 7040 / 9575 | 6960 / 15685 |
| Dapperstraat | 70 / 85 | 4150 / 7051 | 6047 / 7260 |
| Albert Cuypstraat | 31 / 41 | 13533 / 13980 | 15452 / 19343 |
| Ten Katestraat | 30 / 36 | 8536 / 19530 | 5734 / 8019 |
| Lindengracht | 53 / 71 | 8605 / 10525 | 5665 / 11503 |
| Zwanenburgwal | - / - | 964 / 1702 | 3470 / 4006 |
| Totaal | 210 / 279 | 45763 / 56138 | 46678 / 71926 |
(Handgeschreven toevoeging onder tabel:)
III. WEEKMARKTEN:
Joubertstraat: week: 299 / dag: 290
Gaaspstraat: week: 1267 / dag: 1685
Boom- en bloemenmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg $f$ 1.437,86 ~~$f$ 1.393,65~~ (v.j. $f$ 1.393,65)
Uilenburgmarkt.
De opbrengst aan marktgeld bedroeg $f$ 563,-- ~~$f$ 4.183,85~~ (v.j. $f$ 4.183,85)
(Handgeschreven:) Als gevolg van de reeds bovengenoemde maatregelen wordt deze markt sedert 22 Maart niet meer gehouden.
~~In het verslagjaar werden ingenomen 27.731 (v.j. 28.752) dagplaatsen. Half-jaarplaatsen en weekplaatsen worden niet ingenomen.~~
(Handgeschreven:) Tot 22 Maart werden ingenomen 3216 dagplaatsen.
ALGEMEENE WEEKMARKTEN.
De aanwijzing der tijdelijke hulpmarkten van deze markten is tijdens het verslagjaar voor ten hoogste één jaar verlengd.
~~In verband met de oorlogsomstandigheden werd de automarkt des-~~
(Handgeschreven:) De opbrengst aan marktgeld aan de algemeene weekmarkten bedroeg $f$ 6.417,20 (v.j. $f$ 7.589,10) Dit document is een kille, bureaucratische weergave van de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De droge statistieken tonen een scherpe daling in marktactiviteit en inkomsten, maar de werkelijke betekenis ligt in de handgeschreven toevoegingen.
De term "Hooger gezag" is een eufemisme voor de Duitse bezettingsautoriteiten. Het document legt vast hoe de eeuwenoude traditie van de vrije markt in Amsterdam werd vernietigd door de instelling van "hulpmarkten", die in feite een vorm van gettoisering waren. De markten in de Gaaspstraat en Joubertstraat bevonden zich in de Transvaalbuurt en de Rivierenbuurt, wijken waar Joodse Amsterdammers in die periode werden geconcentreerd. De drastische daling van de inkomsten op de Uilenburgmarkt (van ruim 4000 gulden naar 563 gulden) illustreert de directe economische impact van de gedwongen sluiting van Joodse nering in de oude Jodenbuurt. In de herfst van 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de vervolging van de Joodse bevolking in Nederland. Na de isolatie van de Jodenbuurt (februari 1941) volgden stapsgewijs verboden op toegang tot parken, bioscopen en uiteindelijk openbare markten. Het besluit van de (colloborerende) burgemeester Voûte op 31 oktober 1941, waarnaar in de tekst wordt verwezen, was de officiële bekrachtiging van deze segregatie op de Amsterdamse markten. De Joodse bevolking werd hiermee verder afgezonderd van de rest van de stad, een proces dat uiteindelijk zou leiden tot de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 begonnen. Dit document vormt de administratieve "papieren werkelijkheid" van deze zwarte bladzijde in de stadsgeschiedenis.