Kwitantie / Betalingsbewijs
Origineel
Kwitantie / Betalingsbewijs Betalingsbewijs
van de belasting ingevolge Art. 1
Sub D junito art. 15 sub A der
verordening op de heffing van
markt-, standplaats- en ventgelden
over de door afstempeling aange-
geven week.
[In een kader onderaan:]
Alleen geldig met bijbehoorende legitimatiekaart * Inhoud: Het document is een officieel bewijs van betaling voor lokale belastingen die verband houden met ambulante handel. Het dekt drie soorten heffingen: marktgeld (voor een plek op de markt), standplaatsgeld (voor een vaste plek op de openbare weg) en ventgeld (voor het verkopen van goederen langs de deuren of op straat).
* Terminologie: In de tweede regel staat het woord "junito". Dit is zeer waarschijnlijk een zetfout voor de juridische term "juncto" (Latijn voor 'in samenhang met'), die gebruikt wordt om aan te geven dat wetsartikelen in combinatie met elkaar gelezen moeten worden.
* Validiteit: De kaart was niet op zichzelf staand geldig; er was een wekelijkse afstempeling nodig om de betaling voor een specifieke periode te bevestigen. Daarnaast was de koppeling aan een persoonsgebonden legitimatiekaart noodzakelijk om overdracht aan derden te voorkomen.
* Datering: De spelling "bijbehoorende" (met dubbel 'o') wijst op een tekst die geschreven is voor de spellinghervorming van 1947, hoewel dergelijke formulieren vaak nog jaren na een hervorming in omloop bleven. In de 20e eeuw was de ambulante handel (markt- en straathandel) een belangrijke pijler van de lokale economie. Gemeenten reguleerden dit strikt, zowel om inkomsten te genereren als om de orde op de openbare weg te handhaven. Handelaren zoals marktkooplieden, schillenboeren of marskramers moesten over de juiste papieren beschikken. Bij controle door een marktmeester of de politie diende dit betalingsbewijs samen met een vergunning (legitimatiekaart) getoond te worden. Dit systeem zorgde voor een bureaucratische controle op de informele economie in de publieke ruimte. Politie
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een officieel bewijs van betaling voor lokale belastingen die verband houden met ambulante handel. Het dekt drie soorten heffingen: marktgeld (voor een plek op de markt), standplaatsgeld (voor een vaste plek op de openbare weg) en ventgeld (voor het verkopen van goederen langs de deuren of op straat).
- Terminologie: In de tweede regel staat het woord "junito". Dit is zeer waarschijnlijk een zetfout voor de juridische term "juncto" (Latijn voor 'in samenhang met'), die gebruikt wordt om aan te geven dat wetsartikelen in combinatie met elkaar gelezen moeten worden.
- Validiteit: De kaart was niet op zichzelf staand geldig; er was een wekelijkse afstempeling nodig om de betaling voor een specifieke periode te bevestigen. Daarnaast was de koppeling aan een persoonsgebonden legitimatiekaart noodzakelijk om overdracht aan derden te voorkomen.
- Datering: De spelling "bijbehoorende" (met dubbel 'o') wijst op een tekst die geschreven is voor de spellinghervorming van 1947, hoewel dergelijke formulieren vaak nog jaren na een hervorming in omloop bleven.
Historische Context
In de 20e eeuw was de ambulante handel (markt- en straathandel) een belangrijke pijler van de lokale economie. Gemeenten reguleerden dit strikt, zowel om inkomsten te genereren als om de orde op de openbare weg te handhaven. Handelaren zoals marktkooplieden, schillenboeren of marskramers moesten over de juiste papieren beschikken. Bij controle door een marktmeester of de politie diende dit betalingsbewijs samen met een vergunning (legitimatiekaart) getoond te worden. Dit systeem zorgde voor een bureaucratische controle op de informele economie in de publieke ruimte.