Brief (doorslag/kopie)
Origineel
Brief (doorslag/kopie) 7 maart 1940 (genoteerd als "7 Maart x 40") De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of Centrale Markt) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam 1
SA/36/2
Amsterdam.
7 Maart x 40
den Heer Wethouder voor
de Levensmiddelen,
het uitschrijven van legitimatiekaarten van rond f 50,- per
jaar.
In overeenstemming met den Bedrijfseconomischen Ad-
viseur heb ik de eer U beleefd in overweging te geven wel te
willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wet-
houders een bedrag van ten hoogste f 2000,- ten laste van
het zoogenaamde marktcrediet (verleend bij Besluit van den
Raad d.d. 22 October 1926 No.663) te mijner beschikking wordt
gesteld voor den aankoop van twee stempelmachines, als bo-
venbedoeld. Het lijkt mij verantwoord de onderhavige uitgave
ten laste van het zoogenaamde marktcrediet te brengen, om-
dat de machines behooren tot de inrichting van de Centrale
Markt; dergelijke uitgaven zijn tot nu toe steeds ten laste
van het vorenbedoelde crediet gebracht.
Over de keuze der machines wordt nog nader over-
legd met den Bedrijfseconomischen Adviseur; ik hoop U zoo
spoedig mogelijk terzake definitief te rapporteeren. In af-
wachting daarvan kan mijns inziens het in de vorige alinea
gevraagde Besluit van Burgemeester en Wethouders zonder be-
zwaar worden genomen.
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van een ongenoemde directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt) aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de brief is de aanvraag van een budget van maximaal 2.000 gulden voor de aanschaf van twee stempelmachines. Deze machines zijn nodig voor het efficiënt uitschrijven van legitimatiekaarten.
De schrijver onderbouwt het verzoek door te verwijzen naar een bestaand "marktcrediet" uit 1926, waaruit dergelijke investeringen voor de inrichting van de Centrale Markt traditiegetrouw worden gefinancierd. Hoewel de specifieke technische keuze voor de machines nog niet definitief is (hiervoor vindt nog overleg plaats met een adviseur), wordt aangedrongen op een snelle principiële goedkeuring door het college van Burgemeester en Wethouders om vertraging te voorkomen. Het document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De context is die van een stad die zich voorbereidt op crisissituaties. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een functie die cruciaal werd in tijden van schaarste en distributie. De vermelding van "legitimatiekaarten" in combinatie met de Centrale Markt wijst op een toenemende bureaucratische controle op de voedselvoorziening en de toegang tot de groothandelsmarkten.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie in Amsterdam. De noodzaak voor stempelmachines suggereert een professionalisering of uitbreiding van het administratieve proces rondom de toegangsbewijzen of distributiekaarten, wat direct gerelateerd kan zijn aan de dreigende oorlogssituatie en de noodzaak tot rantsoenering.