Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 7 Maart 1940. [Rechtsboven handgeschreven:]
M. Muller
M. Bloem [?]
[Midden bovenaan handgeschreven:]
Verzonden 8/3
[Links:]
VP/DV.
8A/36/2 M.
Machinale stempeling
van betalingsbewijzen
voor Centrale Markt.
[Rechts:]
7 Maart 1940.
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Hoofdtekst:]
Ten vervolge op mijn rapport d.d 4 Januari jl. (No. 8A/129/10 M.) heb ik de eer U te berichten, dat thans een stelsel is ontworpen voor het gebruik van stempelmachines bij de inning van het op de Centrale Markt verschuldigde entréegeld. Bij dit stelsel zullen de bestaande betalings-bonnen en het knippen der bijbehoorende legitimatiekaarten komen te vervallen; bij de legitimatiekaarten, die voor twee jaren kunnen gelden - in plaats van voor één jaar, zooals thans het geval is - komt een betalingskaart, die het zelfde nummer als de legitimatiekaart heeft en die in 12 vakken is ingedeeld. In elk vak kan een stempel-afdruk, hetzij voor een bepaalde week, hetzij voor een bepaalde maand, worden geplaatst. Is de betalingskaart "vol", dan wordt een nieuwe uitgereikt, zonder dat de legitimatiekaart behoeft te worden vernieuwd.
Voor dit stelsel is het noodig twee stempelmachines aan te schaffen, hetgeen ten hoogste ƒ 2000,- zal kosten. Aannemende, dat de machines tenminste 10 jaren kunnen worden gebruikt, bedragen de jaarlijksche kosten van rente, afschrijving en onderhoud ƒ 250,- à ƒ 300,-. Daartegenover staat, dat het entréegeld op betere en snellere wijze kan worden geïnd, hetgeen wellicht den halven arbeidstijd van één contrôleur (dus rond ƒ 1000,- per jaar) bespaart; verder ontstaat een besparing aan drukkosten (van bonnen en van legitimatiekaarten, welke laatste voortaan twee jaren kunnen dienen) van rond ƒ 200,- per jaar en, bij de huidige personeelsbezetting, een besparing aan arbeidsloon voor Dit document is een ambtelijk voorstel aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om de inning van het entreegeld op de Centrale Markt te moderniseren. De kernpunten zijn:
1. Vervanging van het systeem: Het huidige handmatige systeem met papieren bonnen en het fysiek knippen van kaarten wordt vervangen door een systeem met stempelmachines.
2. Efficiëntie: De nieuwe methode is sneller. Bovendien gaan de legitimatiekaarten voortaan twee jaar mee in plaats van één, wat de administratieve lasten verlaagt.
3. Kosten-batenanalyse: De investering van ƒ 2000,- voor de machines wordt gerechtvaardigd door jaarlijkse besparingen op personeelskosten (ca. ƒ 1000,-) en drukkosten (ca. ƒ 200,-). De jaarlijkse afschrijvingskosten bedragen slechts ƒ 250,- à ƒ 300,-.
4. Fragment: De tekst breekt onderaan de pagina af, midden in de onderbouwing van de besparing op arbeidsloon. De brief is gedateerd op 7 maart 1940, vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), een essentieel punt voor de stedelijke voedseldistributie. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de SDAP-politicus Florentinus Marinus Wibaut of diens opvolger) was verantwoordelijk voor dit vitale onderdeel van het stadsbestuur. De brief toont aan dat men, ondanks de oorlogsdreiging, bleef werken aan de modernisering en efficiëntie van de gemeentelijke diensten.