Getypte officiële brief/ambtelijke nota.
Origineel
Getypte officiële brief/ambtelijke nota. 7 maart (jaar onbekend, maar na oktober 1926). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). 1 7 Maart x 40
8A/36/2 den Heer Wethouder voor
Amsterdam. de Levensmiddelen,
het uitschrijven van legitimatiekaarten van rond ƒ 50,- per
jaar.
In overeenstemming met den Bedrijfseconomischen Ad-
viseur heb ik de eer U beleefd in overweging te geven wel te
willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wet-
houders een bedrag van ten hoogste ƒ 2000,- ten laste van
het zoogenaamde marktcrediet (verleend bij Besluit van den
Raad d.d. 22 October 1926 No.663) te mijner beschikking wordt
gesteld voor den aankoop van twee stempelmachines, als bo-
venbedoeld. Het lijkt mij verantwoord de onderhavige uitgave
ten laste van het zoogenaamde marktcrediet te brengen, om-
dat de machines behooren tot de inrichting van de Centrale
Markt; dergelijke uitgaven zijn tot nu toe steeds ten laste
van het vorenbedoelde crediet gebracht.
Over de keuze der machines wordt nog nader over-
legd met den Bedrijfseconomischen Adviseur; ik hoop U zoo
spoedig mogelijk terzake definitief te rapporteeren. In af-
wachting daarvan kan mijns inziens het in de vorige alinea
gevraagde Besluit van Burgemeester en Wethouders zonder be-
zwaar worden genomen.
De Directeur, In deze brief verzoekt de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen om een budget van maximaal 2000 gulden. Dit bedrag is bestemd voor de aanschaf van twee stempelmachines die nodig zijn voor het uitgeven van legitimatiekaarten.
De directeur beargumenteert dat dit bedrag onttrokken kan worden aan het 'marktcrediet', een budgetpost die in 1926 door de gemeenteraad is ingesteld voor de inrichting van de Centrale Markt. Opvallend is de administratieve procedure: hoewel de definitieve keuze voor de specifieke machines nog niet is gemaakt (er vindt nog overleg plaats met een adviseur), vraagt de directeur alvast om de principiële goedkeuring van het budget door het college van Burgemeester en Wethouders om vertraging te voorkomen. Het document dateert uit de periode waarin de plannen voor de Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) vorm kregen en werden uitgevoerd. De verwijzing naar het Raadsbesluit van 22 oktober 1926 markeert een belangrijke fase in de financiering van dit grote infrastructurele project.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale functie, aangezien de gemeente een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en de regulering van de handel. De legitimatiekaarten waarover gesproken wordt, waren waarschijnlijk verplicht voor handelaren die toegang wilden tot de groothandelsmarkt. Het feit dat er een "Bedrijfseconomisch Adviseur" bij betrokken is, getuigt van de toenemende professionalisering en verzakelijking van de gemeentelijke diensten in het interbellum.