Archiefdocument
Origineel
5 October (vermoedelijk 1939, gezien de context van de mobilisatie) De Directeur (van de Centrale Markt / het Marktwezen) 3 5 October 9
8A/129/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
Bij een voorloopige bespreking, die ik terzake met den heer Mouwen, Commissaris van Politie, voerde, bleek, dat waarschijnlijk voor de bedoelde vervanging een alleszins aannemelijke oplossing mogelijk is. Voor dit doel kan namelijk worden beschikt over gepensionneerd Politie-personeel en wel over oud-agenten, die den dienst om gezondheidsredenen hebben moeten verlaten, doch die thans een zoodanige gezondheid genieten, dat zij ongetwijfeld weer voor den dienst geschikt zijn. In dit verband deelde de heer Mouwen nog mede, dat uit dergelijke oud-agenten thans te Den Haag een hulp-politiekorps wordt gevormd; terwijl hij voorts verklaarde voor het Marktwezen goede krachten te kunnen aanwijzen. Aan deze ambtenaren behoeft voor hun dienst slechts te worden uitbetaald het verschil tusschen hun laatst-genoten bezoldiging als politie-man en hun pensioen (een eventueel hoogere bezoldiging zou door het Rijk op het pensioen in mindering worden gebracht).
Voor het Marktwezen heeft deze oplossing bovendien het voordeel, dat ervaren betrouwbaar personeel, dat bekend is met opsporings- en contrôle-werk, het opmaken van processen-verbaal, enz. wordt verkregen. Wat de financieele gevolgen van dit voorstel betreft merk ik nog op, dat twee van de drie gemobiliseerde ambtenaren der Centrale Markt namelijk één marktopzichter en één contrôleur in militairen dienst meer verdienen, dan in hun functie bij het Marktwezen. Hun bezoldiging behoeft dus niet te worden uitbetaald; het aldus bespaarde bedrag zal misschien bijkans voldoende zijn, om de drie ambtenaren, wier tijdelijke aanstelling thans wordt voorgesteld, te betalen.
Ik zal het op prijs stellen, zoo mogelijk spoedig, Uw machtiging tot tijdelijke aanstelling van drie contrôleurs op de voorwaarden zooals hierboven bedoeld, te ontvangen. Terzake geef ik U beleefd in overweging, vooraf het advies in te winnen van Uw Ambtgenoot voor de Arbeidszaken.
De Directeur, In deze brief stelt de Directeur van het Marktwezen een creatieve oplossing voor om het personeelstekort aan te pakken dat is ontstaan door de militaire mobilisatie. Drie ambtenaren (waaronder een marktopzichter en een controleur) zijn in actieve dienst getreden, waardoor hun civiele posten vacant zijn.
De voorgestelde oplossing is het inhuren van gepensioneerde politieagenten. De argumentatie hiervoor is drieledig:
1. Deskundigheid: Deze mannen hebben reeds ervaring met toezicht, opsporing en administratieve afhandeling (proces-verbaal).
2. Beschikbaarheid: Er is een groep oud-agenten die eerder wegens gezondheid uit de dienst traden, maar nu weer fit genoeg zijn voor dit lichtere werk.
3. Financieel voordeel: De gemeente hoeft hen enkel de 'aanvulling' op hun pensioen te betalen tot aan hun oude salarisniveau. Omdat de gemobiliseerde ambtenaren door het leger worden betaald (en in dit geval zelfs meer verdienen dan hun civiele loon), komt hun reguliere salaris vrij. Dit vrijgekomen budget is naar verwachting nagenoeg dekkend voor de kosten van de drie nieuwe tijdelijke krachten. Dit document stamt uit de periode van de Nederlandse mobilisatie (waarschijnlijk oktober 1939), vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De brief illustreert hoe gemeentelijke diensten in Amsterdam, zoals het Marktwezen (verantwoordelijk voor de vitale voedseldistributie), worstelden met het verlies van mankracht aan de krijgsmacht.
De verwijzing naar een vergelijkbaar "hulp-politiekorps" in Den Haag suggereert dat het heractiveren van gepensioneerde ambtenaren een bredere strategie was om de openbare orde en administratieve controle in crisistijd te handhaven. Het advies om de Wethouder voor Arbeidszaken te consulteren wijst op de zorgvuldige bureaucreatie van die tijd wat betreft arbeidsvoorwaarden en de inzet van gepensioneerden.