Archiefdocument
Origineel
29 maart 1939. MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 25/5771 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
Handgeschreven notitie bovenin: Verzonden 29/3
AMSTERDAM (W.) 29 Maart 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer A. Waterman,
Transvaalkade 110 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór 2 April a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 3 April a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele aanmaning (ingebrekestelling) van de Amsterdamse Dienst der Markten aan een marktkoopman, de heer A. Waterman. De kernpunten zijn:
- Betalingsachterstand: De geadresseerde heeft meer dan drie weken geen marktgeld betaald voor zijn vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt.
- Deadline en sanctie: Er wordt een harde deadline gesteld (vóór 2 april). Bij het uitblijven van betaling wordt de vaste standplaats per 3 april definitief ingetrokken op basis van de vigerende marktverordening.
- Coulance-clausule: De brief biedt een ontsnappingsclausule voor overmachtssituaties, zoals ziekte of financiële onmacht waarbij men "steun" (sociale uitkering) geniet. In die gevallen moet de koopman direct contact opnemen.
- Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele schrijfwijze met de 'y' in plaats van 'ij' (hierby, wys, blyft, onherroepelyk, onmiddellyk, myn). Het document dateert van maart 1939, een periode van economische spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was toen al een vitale economische ader van Amsterdam.
De Transvaalkade in Amsterdam-Oost, waar de heer Waterman woonde, was in die tijd een buurt met een aanzienlijke Joodse bevolking. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en op de markten. Dergelijke administratieve documenten uit deze periode worden vaak bewaard in archieven die de sociaaleconomische status van burgers vlak voor de bezetting documenteren. Het document illustreert de strikte handhaving van de gemeentelijke regels omtrent marktplaatsen, waarbij een 'vaste plaats' een essentieel en beschermd recht was voor een handelaar, dat alleen bij ernstige nalatigheid kon worden ingetrokken.