Getypte officiële brief (doorslag).
Origineel
Getypte officiële brief (doorslag). 25 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). den Heer S. Pinto, 2e Jan Steenstraat 75 II, Amsterdam-Zuid (Wijk 17). vD/HG.
25/63/2 M.
[Handgeschreven: Verzonden 25/4]
[Handgeschreven: C. de Cler]
25 April 1939.
den Heer S. Pinto,
2e Jan Steenstraat 75 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 April jl. bericht ik U, dat een aan U verleende voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat op 25 November 1938 werd ingetrokken, op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan een U op 7 November 1938 gezonden waarschuwing wegens het niet geregeld gebruik maken van Uw voorkeurskaart. Uw verzoek om deze intrekking ongedaan te maken, kan niet worden ingewilligd. U kunt zich op 25 Mei a.s. opnieuw op de sollicitantenlijst voor de markt Albert Cuypstraat doen inschrijven, zulks overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, Deze brief is een formeel besluit van een gemeentelijke instantie in Amsterdam. De kern van de zaak is de intrekking van een zogenaamde 'voorkeurskaart' voor de Albert Cuypmarkt. Een dergelijke kaart gaf een marktkoopman het recht op een vaste staanplaats of voorrang bij de toewijzing daarvan.
Uit de tekst blijkt dat de heer S. Pinto zijn kaart al in november 1938 was kwijtgeraakt omdat hij zijn plek niet regelmatig bezette, ondanks een eerdere waarschuwing. Hij heeft in april 1939 getracht deze beslissing terug te draaien via een brief, maar dit verzoek wordt hier definitief afgewezen. De procedure voor het opnieuw verkrijgen van een plek wordt hem uitgelegd: hij moet zich opnieuw inschrijven op de sollicitantenlijst volgens het geldende marktreglement. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, gelegen in de Pijp. De naam van de ontvanger, S. Pinto, wijst op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In de jaren dertig waren veel Joodse Amsterdammers werkzaam in de ambulante handel en op de markten.
Hoewel deze brief een puur administratieve, zakelijke kwestie betreft over marktregels, krijgt hij een wrange lading door de historische context: iets meer dan een jaar later zou de Duitse bezetting beginnen. De bureaucratische systemen van de gemeente, zoals deze marktadministraties, zouden later door de bezetter worden gebruikt om Joodse burgers te identificeren, te isoleren en uiteindelijk hun economische bestaan onmogelijk te maken (onder andere door het verbod op marktstaanplaatsen voor Joden in 1941). Dit document is daarmee een klein radertje in de uitgebreide administratieve geschiedenis van Amsterdam in het interbellum. C. de Cler S. Pinto Marktwezen