Archief 745
Inventaris 745-276
Pagina 110
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (fragment).

Origineel

Handgeschreven brief (fragment). Wij zijn van plan om later andere artikelen
bij te nemen en met oog daarop wil ik natuur-
lijk mijn plaats, die ik al sinds 1933 heb
niet opgeven. Vanzelfsprekend is dat ik natuurlijk
iedere week mijn marktgeld zal betalen 1,35 p week
of laten bezorgen. Indien ik u gunstig ant-
woord tegemoet zie teeken ik

hoogachtend

Hans Joachim Unger In dit schrijven verzoekt Hans Joachim Unger om het behoud van zijn marktplaats. Hij voert aan dat hij deze standplaats al sinds 1933 in gebruik heeft en spreekt de intentie uit om zijn assortiment in de toekomst uit te breiden ("andere artikelen bij te nemen").

De kern van de brief is een belofte tot betaling: Unger verbindt zich ertoe om wekelijks het marktgeld van 1,35 gulden te voldoen, desnoods door dit te laten bezorgen, om zo zijn rechten op de plek veilig te stellen. De toon is beleefd en formeel, wat gebruikelijk is voor correspondentie met officiële instanties zoals een marktwezen of gemeentebestuur. Hans Joachim Unger (geboren in 1908 in Berlijn) was een Joodse vluchteling die zich in de jaren '30 in Amsterdam vestigde. De vermelding van het jaar 1933 is cruciaal; het markeert zowel het jaar van de nazi-machtsovername in Duitsland (waarschijnlijk het moment van zijn vlucht naar Nederland) als de start van zijn handelsactiviteiten op de Amsterdamse markten.

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse marktkooplieden systematisch geweerd en werden hun vergunningen ingetrokken. Deze brief moet waarschijnlijk gezien worden in het licht van de wanhopige pogingen van Joodse ondernemers om hun nering en standplaats te behouden te midden van de toenemende restricties door de bezetter en de pro-Duitse instanties. De familie Unger was in Amsterdam bekend van de handel in textiel en aanverwante artikelen. Marktwezen

Samenvatting

In dit schrijven verzoekt Hans Joachim Unger om het behoud van zijn marktplaats. Hij voert aan dat hij deze standplaats al sinds 1933 in gebruik heeft en spreekt de intentie uit om zijn assortiment in de toekomst uit te breiden ("andere artikelen bij te nemen").

De kern van de brief is een belofte tot betaling: Unger verbindt zich ertoe om wekelijks het marktgeld van 1,35 gulden te voldoen, desnoods door dit te laten bezorgen, om zo zijn rechten op de plek veilig te stellen. De toon is beleefd en formeel, wat gebruikelijk is voor correspondentie met officiële instanties zoals een marktwezen of gemeentebestuur.

Historische Context

Hans Joachim Unger (geboren in 1908 in Berlijn) was een Joodse vluchteling die zich in de jaren '30 in Amsterdam vestigde. De vermelding van het jaar 1933 is cruciaal; het markeert zowel het jaar van de nazi-machtsovername in Duitsland (waarschijnlijk het moment van zijn vlucht naar Nederland) als de start van zijn handelsactiviteiten op de Amsterdamse markten.

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse marktkooplieden systematisch geweerd en werden hun vergunningen ingetrokken. Deze brief moet waarschijnlijk gezien worden in het licht van de wanhopige pogingen van Joodse ondernemers om hun nering en standplaats te behouden te midden van de toenemende restricties door de bezetter en de pro-Duitse instanties. De familie Unger was in Amsterdam bekend van de handel in textiel en aanverwante artikelen.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6