Archief 745
Inventaris 745-276
Pagina 112
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief

12 mei 1939 Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter van de markten (ondertekend door J.J. Markusse of vergelijkbaar)

Origineel

Ambtelijk advies / Brief 12 mei 1939 Waarschijnlijk een ambtenaar of opzichter van de markten (ondertekend door J.J. Markusse of vergelijkbaar) Advies no 25/68/S M 39

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van M. J. Unger, pl. 236 AC, diene het volgende:
De heer Unger is een marktkoopman van Duitsche nationaliteit en drijft met zijn vader en broer een grossierszaak in fournituren.
Bedoeling van verzoeker is met zijn grossierderij een bestaansmogelijkheid te vinden, doch wenscht bovendien zijn vaste plaats aan te houden, omdat hem als buitenlander in de toekomst geen vaste plaats kan worden verleend.
In 1930 is hem om vrijwel soortgelijke redenen drie maanden uitstel van plaatsbezetten verleend (Zie 25/W 3/2 M '30).
Gezien de moeilijkheden, verbonden aan het opnieuw plaatsbezetten in de toekomst door verzoeker komt het mij billijk voor verzoeker een onbepaald tijdvak uitstel van plaatsbezetten te verleenen, onder voorwaarde dat het verschuldigde marktgeld wekelijks wordt voldaan.

Amsterdam, 12 Mei ’39
[handtekening] In dit document adviseert een ambtenaar positief over een verzoek van de heer M.J. Unger, een marktkoopman van Duitse nationaliteit die werkzaam is in de fournituren (naai-benodigdheden). Unger wil zich meer richten op de groothandel (grossierderij) samen met zijn familie, maar is bang zijn vaste marktplaats (plek 236 AC) definitief te verliezen als hij deze niet fysiek bezet.

De kern van het probleem is de status van Unger als "buitenlander". De regels voor marktplaatsen waren destijds streng: wie een plek niet bezette, raakte deze kwijt. Voor buitenlanders was het echter zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om opnieuw een vaste vergunning te verkrijgen. Het advies luidt om hem voor onbepaalde tijd vrijstelling te geven van de plicht om fysiek aanwezig te zijn ("uitstel van plaatsbezetten"), mits hij wel elke week het verschuldigde marktgeld (stageld) blijft betalen. Het document dateert van mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren veel Duitse staatsburgers (waaronder veel Joodse vluchtelingen) in Amsterdam werkzaam in de handel. De vrees van de heer Unger dat hij als buitenlander in de toekomst geen nieuwe vaste plaats zou krijgen, was gegrond; het Amsterdamse marktbeleid in de jaren '30 werd steeds restrictiever voor niet-Nederlanders, deels onder druk van economische crisis en protectionisme.

Dit document toont aan hoe marktkooplieden probeerden hun onzekere rechtspositie veilig te stellen door gebruik te maken van administratieve uitzonderingsregels, en dat de gemeente Amsterdam in dit specifieke geval bereid was tot een pragmatische en relatief soepele oplossing ("billijkheid").

Samenvatting

In dit document adviseert een ambtenaar positief over een verzoek van de heer M.J. Unger, een marktkoopman van Duitse nationaliteit die werkzaam is in de fournituren (naai-benodigdheden). Unger wil zich meer richten op de groothandel (grossierderij) samen met zijn familie, maar is bang zijn vaste marktplaats (plek 236 AC) definitief te verliezen als hij deze niet fysiek bezet.

De kern van het probleem is de status van Unger als "buitenlander". De regels voor marktplaatsen waren destijds streng: wie een plek niet bezette, raakte deze kwijt. Voor buitenlanders was het echter zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om opnieuw een vaste vergunning te verkrijgen. Het advies luidt om hem voor onbepaalde tijd vrijstelling te geven van de plicht om fysiek aanwezig te zijn ("uitstel van plaatsbezetten"), mits hij wel elke week het verschuldigde marktgeld (stageld) blijft betalen.

Historische Context

Het document dateert van mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren veel Duitse staatsburgers (waaronder veel Joodse vluchtelingen) in Amsterdam werkzaam in de handel. De vrees van de heer Unger dat hij als buitenlander in de toekomst geen nieuwe vaste plaats zou krijgen, was gegrond; het Amsterdamse marktbeleid in de jaren '30 werd steeds restrictiever voor niet-Nederlanders, deels onder druk van economische crisis en protectionisme.

Dit document toont aan hoe marktkooplieden probeerden hun onzekere rechtspositie veilig te stellen door gebruik te maken van administratieve uitzonderingsregels, en dat de gemeente Amsterdam in dit specifieke geval bereid was tot een pragmatische en relatief soepele oplossing ("billijkheid").

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6