Getypte brief (concept).
Origineel
Getypte brief (concept). Betreft de winterperiode 1942-1943. Niet nader genoemde vertegenwoordigers van de Gemeente. De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (vermoedelijk van een grote Nederlandse gemeente). C o n c e p t SV
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen.
Voorraadvorming van stapelgroenten
voor den winter. 1942 - 1943
----------------------------------------------------------
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U
te berichten, dat zij, nadat van den heer Valstar,
Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw en van de
Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale mededeeling
aan de Burgemeesters van onderscheidene gemeenten was
gedaan, dat ook dit jaar weder tot vorming van een
reservevoorraad groenten in de steden zou worden overge-
gaan, evenals de twee vorige oorlogsjaren, met vertegen-
woordigers van den groothandel in groenten overleg heb-
ben gepleegd omtrent de uitvoering van een en ander, ten
einde, indien in principe tot over^(een)stemming zou worden
gekomen, te geraken tot het opstellen van een concept-
contract, dat U dan ter goedkeuring zou worden voorge-
legd.
In tegenstelling met de beide vorige jaren,
toen de onderhandelingen in betrekkelijk korten tijd
waren geeindigd, zijn daarmede thans maanden gemoeid
geweest, als gevolg van het feit, dat wij, als vertegen-
woordigers voor de Gemeente, niet bereid waren te onder-
handelen op dezelfde basis, als dit was geschied in de
vorige jaren. Ter verklaring hiervan mogen wij het
volgende onder Uw aandacht brengen.
Terwijl het in het eerste jaar slechts ging
om het aanleggen van een voorraad van 25 wagons groenten
bestemd om te worden gebruikt tijdens een eventueele
vorstperiode en de vorige winter om een hoeveelheid
van 75 wagons, moesten thans ten minste 400 wagons
groenten worden opgeslagen voor een periode, die be-
langrijk uitgebreider was, dan in vorige jaren.
In verband namelijk met het steeds nijpender
wordende transportvraagstuk en bepaalde wenschen van
de Duitsche Autoriteiten ging het thans niet om den
opslag van een betrekkelijk geringe hoeveelheid groenten
gedurende een eventueele vorstperiode, doch om een op-
slag, welke moest dienen voor aanzienlijk langere
consumptie-periode. Als gevolg hiervan zijn de onder-
handelingen gevoerd over een opslag van 400 wagons, is
in totaal 4.000.000 kg. groenten, welke hoeveelheid
zoo noodig tot 8.000.000 kg. zou worden uitgebreid. Deze brief schetst de complexe onderhandelingen over de voedselvoorziening in een Nederlandse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Opschaling van de voorraad: De benodigde hoeveelheid wintergroenten is drastisch gestegen: van 25 wagons in 1940, naar 75 wagons in 1941, tot maar liefst 400 wagons (4 miljoen kilo) voor de winter van 1942-1943. Er wordt zelfs rekening gehouden met een verdubbeling naar 8 miljoen kilo.
- Moeilijke onderhandelingen: In tegenstelling tot voorgaande jaren verliepen de gesprekken met de groothandel stroef en namen ze maanden in beslag. De gemeenteambtenaren weigerden op de oude voorwaarden te contracteren.
- Oorzaken van de crisis: De noodzaak voor deze enorme voorraad wordt toegeschreven aan twee factoren: het "nijpender wordende transportvraagstuk" (gebrek aan brandstof en voertuigen door vorderingen) en directe eisen ("wenschen") van de Duitse bezetter. De focus verschoof van noodopslag voor vorstperiodes naar een structurele voorraad voor langdurige consumptie. Het document dateert uit de herfst van 1942, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland merkbaar begon toe te nemen. De genoemde heer J.E. Valstar was de Rijkscommissaris voor de Tuinbouw en speelde een centrale rol in de distributie van groenten en fruit via de NGF (Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale).
De Duitse bezetter legde steeds meer beslag op de Nederlandse landbouwproductie voor eigen gebruik (de Wehrmacht en de bevolking in Duitsland). Hierdoor moesten Nederlandse gemeenten vechten voor hun eigen voedselzekerheid. Het "transportvraagstuk" waarover gesproken wordt, verwijst naar het feit dat veel vrachtwagens, treinen en paarden door de Duitsers waren gevorderd, waardoor de aanvoer van vers voedsel in de winter onzeker was geworden. Dit dwong steden tot het aanleggen van massale wintervoorraden van houdbare "stapelgroenten" zoals kool, wortelen en uien.