Notities/Verslag van een bespreking.
Origineel
Notities/Verslag van een bespreking. 30 november 1942. Notities van een bespreking van den waarnemend directeur, den Heer J.J. Sieburgh, den gemeentelijken adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden, den Heer P. van Meurs, den directeur van den Centralen Dienst voor de levensmiddelenvoorziening, den Heer ter Hoeve, den Bureauchef van het marktwezen, den Heer H. van Duinhoven met de Heeren P. van Es en G. Kramer, groothandelaren der centrale markt op 30 November 1942.
Onderwerp: Opslag van vatgroenten op de Centrale Markt.
De Heer Van Es deelt mede, dat de fabrikanten wel bereid zijn om 1.000 vaten zuurkool naar Amsterdam te sturen, doch zij hebben het voorbehoud gemaakt, dat deze zending niet extra voor Amsterdam wordt bestemd, doch dat deze wordt afgetrokken van het gedeelte, dat in de maanden Februari en Maart anders normaal naar Amsterdam zou worden gezonden. Bovendien vragen de fabrikanten voor fusthuur ƒ 3,- per vat en ƒ 25,- per vat statiegeld. De Heer Van Es legt een brief over van de zuurkoolfabrikanten, waarin een en ander nader staat omschreven. Spreker deelt nog mede, dat de handel van plan is om de zuurkool om de drie weken te doen rouleeren, zoodat er steeds een versch product aan de markt ligt. Voor de bemoeiingen der Combinatie op de Centrale Markt wordt ƒ 2,50 per vat gevraagd, zoodat de totale kosten voor de Gemeente op ƒ 5,50 zullen komen.
De Heer Van Meurs memoreert den gang van zaken van verleden jaar. De Gemeente betaalde toen een vergoeding van ƒ 2,- per vat, doch geconstateerd moest worden, dat de vaten in vele gevallen niet op de Centrale Markt aanwezig waren. Thans blijkt opnieuw, dat alle risico's van den opslag voor rekening van de Gemeente komen, terwijl de baten uitsluitend aan den handel ten goede zullen komen. De prijs der vatgroenten gaat toch in den loop der maanden regelmatig omhoog, waarvan de handel profiteert. Vaststaat, dat de opslag geen zaakje moet worden voor den handel. De bedoeling is, dat alleen de extra kosten in rekening moeten worden gebracht. De Gemeente staat principieel op het standpunt, dat zij zich niet op het terrein van den handel moet gaan
(Tekst breekt hier af) * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds geldende spelling (vóór de wijziging van 1947), gekenmerkt door de buigings-n ("den", "den Heer") en dubbele klinkers in woorden als "zoodat" en "aanwezig". De toon is zakelijk en ambtelijk.
* Inhoud: Het verslag toont een spanningsveld tussen de commerciële belangen van de groothandelaren (vertegenwoordigd door Van Es) en het toezicht van de overheid (vertegenwoordigd door Van Meurs). De handelaren vragen een vergoeding van ƒ 5,50 per vat voor opslag en distributie.
* Conflict: Van Meurs uit scherpe kritiek. Hij herinnert aan slechte ervaringen uit het voorgaande jaar (1941), waarbij de gemeente betaalde voor opslag die er fysiek niet bleek te zijn. Hij ageert tegen het feit dat de gemeente alle financiële risico's draagt, terwijl de handel de winst opstrijkt door de stijgende marktprijzen gedurende het seizoen. Hij benadrukt dat de opslag "geen zaakje" (geen winstobject) voor de handel mag worden. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem.
Zuurkool en andere vatgroenten waren van vitaal belang voor de volksgezondheid in de wintermaanden (als bron van vitamine C). De "Centrale Markt" in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center Amsterdam in West) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. De discussie over kosten en risico's illustreert hoe de overheid grip probeerde te houden op de schaarse middelen en hoe marktpartijen probeerden te overleven of te profiteren binnen de beperkingen van de oorlogseconomie.