Verslag/Notulen van een vergadering.
Origineel
Verslag/Notulen van een vergadering. Vermoedelijk najaar 1942 (gezien het onderwerp "Winteropslag 1942-1943"). [Notulen] van ...
...amiddags van den waarnemend Directeur van het Marktwezen, den heer J.J. [L]eburgh, den Gemeentelyken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden, den heer F.van Meurs, den Bureauchef van het Marktwezen, den heer H.A.van Duinhoven, met de grossiers, de heeren Dykstra, Draaisma en Kramer der Centrale Markt.
Onderwerp: Winteropslag 1942-1943.
De heer Van Meurs zegt, dat het voorstel van de Combinatie betreffende de kosten voor den winteropslag is bestudeerd. Spreker memoreert, dat er twee mogelykheden zyn, namelyk ten eerste, de Gemeente kan den opslag geheel zelf verzorgen, ten tweede, de Gemeente kan den opslag volledig door particulieren (deskundigen) laten verzorgen. In de Gemeente Amsterdam is reeds twee jaren de laatstgenoemde mogelykheid gekozen en de Gemeente wenscht dit, zooals dit bereids aan de Combinatie is medegedeeld, ook voor het derde jaar te doen. Daarby is gesteld, dat de extra aan den opslag verbonden kosten voor rekening zullen komen van de Gemeente. De vraag is, welke deze extra kosten zyn. We hebben het geval, dat deze kosten voor de Gemeente het vorig jaar aan den hoogen kant zyn geweest. Hieromtrent zyn reeds verleden jaar by de besprekingen en by de onderteekening van de desbetreffende contracten opmerkingen in den boezem van het Gemeentebestuur gemaakt; tenslotte heeft men zich toch voor dat jaar accoord verklaard. Thans moet echter opnieuw onder de oogen worden gezien, wat eigenlyk precies de extra kosten zyn. De door de Combinatie ingediende opstelling zegt ons daaromtrent niets, omdat geen enkel bewysstuk voorhanden is. Aan de hand van deze opstelling kunnen wy geen oordeel uitspreken. Neem echter eens aan, dat de Gemeente den opslag zelf zou verzorgen. Zy kan dan voor de uitvoering vaklieden aannemen om een en ander te verzorgen. De Gemeente zou dan echter tevens koopen en verkoopen en byvoorbeeld de heeren Dykstra c.s. van de combinatie verzoeken voor het onderhoud zorg te dragen. Het staat wel by voorbaat vast, dat de Gemeente dan zou verdienen. Zy krygt dan namelyk, naast den oploopenden prys, die gedurende den opslag zich ontwikkelt, tevens de grossiersmarge. Nu laat de Gemeente het echter aan het particuliere initiatief over en dit brengt mee, dat de Gemeente zeer veel geld moet bybetalen. Wy meenen daarom, dat we op den verkeerden weg zyn. De Gemeente betaalt namelyk kosten, die zy niet moet betalen, voornamelyk doordat ons thans kosten in rekening worden gebracht, die de grossiers anders zelf moeten betalen. Spreker wyst er nog op, dat gedurende de periode van opslag, de prys der opgeslagen producten zal stygen, dit is ook het afgeloopen jaar gebeurd. Hiermede moet men toch by de calculeering van de extra kosten rekening houden, omdat de oploopende prys een compensatie is voor den opslag, waarvoor de Gemeente de lasten draagt. Spreker zegt nog, dat de Gemeente voor 75 wagons opslag het vorige jaar ruim f 14.000,- heeft betaald; zal de opstelling der kosten volledig op het peil van het vorige jaar worden gehandhaafd, hetgeen by de ingediende opstelling is gebeurd, dan zou de Gemeente dus moeten betalen voor ongeveer 400 wagons opslag - f 75.000,-. Men moet hierby niet vergeten, dat de onderhavige opslag thans een belangryk deel zal uitmaken van den totalen aanvoer wagons in het geheele winterseizoen, mogelyk 40%. Voor een groot gedeelte van den normalen aanvoer moet dus de Gemeente thans de kosten betalen.
De heer Dykstra antwoordt hierop, dat de handel in normale tyden zoo'n grooten opslag nimmer voor haar rekening zou nemen. Elke grossier had wel een paar wagons groente opgeslagen, doch nooit dergelyke hoeveelheden als thans het geval is. Daar komt by, dat by een directe lossing aan den kleinhandel de kosten veel minder zyn dan wanneer goederen moeten worden opgeslagen. In dat geval moet namelyk veel meer arbeidsloon worden uitbetaald. Bovendien is het gewichtsverlies... In dit document wordt een zakelijk conflict zichtbaar tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en een collectief van grossiers ("de Combinatie") over de financiering van grootschalige voedselopslag. De kern van de discussie is de vraag wie de extra kosten en de risico's van de wintervoorraad moet dragen.
De heer Van Meurs (namens de gemeente) uit scherpe kritiek op de ingediende declaraties. Hij suggereert dat de grossiers kosten die zij normaal zelf zouden dragen, nu op de gemeente afwentelen. Hij dreigt impliciet met het nationaliseren/gemeentelijk maken van de opslag, omdat de gemeente dan ook de winsten (prijsstijgingen en marges) zou opstrijken.
De heer Dykstra verdedigt de grossiers door te wijzen op de uitzonderlijke schaal van de operatie. In "normale tijden" sloegen handelaren slechts kleine hoeveelheden op. De enorme volumes die nu vereist zijn, brengen onevenredig veel extra werk, loonkosten en risico (zoals gewichtsverlies van producten) met zich mee, waardoor de private sector dit niet zonder volledige vergoeding kan uitvoeren. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De overheid (en op lokaal niveau het Marktwezen) had de taak om hongersnood te voorkomen door wintervoorraden aan te leggen, met name van houdbare groenten zoals aardappelen en kool.
De tekst weerspiegelt de overgang van een vrije markt naar een volledige geleide economie. De "Combinatie" van grossiers werkt in opdracht van de overheid, maar de financiële afwikkeling zorgt voor frictie. De genoemde bedragen (f 75.000,- voor 400 wagons) waren voor die tijd aanzienlijk. De discussie toont aan hoe de gemeente Amsterdam trachtte de grip op de distributiekosten te houden in een tijd van toenemende schaarste en stijgende prijzen. De genoemde 400 wagons onderstrepen de enorme logistieke operatie die nodig was om de stad in de winter van voedsel te voorzien.