Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 19 november 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de geadresseerde). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 19/11
HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
a
37/4/30 M. 2. 19 November 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een contract
in duplo betreffende huur van pakhuis P.8 van pier P op de Centrale
Markt door de Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in aar-
dappelen te Amsterdam.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
dit contract door den heer Burgemeester wordt geteekend, waarna U
het mij gelieve te doen terugzenden, teneinde voor registratie te
kunnen zorgdragen.
De Directeur, Deze ambtelijke brief uit november 1942 betreft de administratieve afhandeling van een huurovereenkomst. De directeur van een niet nader genoemde afdeling (waarschijnlijk de Marktwezen of een gerelateerde dienst) stuurt een contract in tweevoud (duplo) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het contract betreft de huur van pakhuis P.8 aan pier P op de Centrale Markt in Amsterdam door de "Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in aardappelen".
De procedure die wordt geschetst is formeel: de wethouder moet ervoor zorgen dat de burgemeester het contract ondertekent, waarna de getekende exemplaren teruggestuurd moeten worden voor officiële registratie. De taal is typisch voor die tijd: hoffelijk ("ik heb de eer U te doen toekomen", "ik moge U beleefd verzoeken") en gebruikmakend van de toenmalige spelling (bv. "geteekend", "dezes"). Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (1942). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland bleef de gemeentelijke administratie van Amsterdam grotendeels functioneren, zij het onder toezicht van de bezetter. De distributie van levensmiddelen, waaronder aardappelen, was een kritieke taak. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening voor de stad.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een zware verantwoordelijkheid vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Dat de groothandelaren in aardappelen extra opslagruimte nodig hadden of een bestaand contract moesten formaliseren, past in het beeld van een strak gereguleerde voedselketen waarin de overheid nauw toezag op de opslag en distributie van basisbehoeften. De noodzaak voor de handtekening van de Burgemeester (in 1942 was dit de pro-Duitse Edward Voûte) onderstreept de officiële aard van de huur van gemeentelijk vastgoed op de markt.