Handgeschreven ambtelijke notitie op papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op papier. [Linksboven:]
Th. de Haas
Bespreken s.v.p.
21/7 39 W L
[Rechtsboven:]
~~Hersteld~~
Kan als afgedaan worden be-
schouwd.
Marpurgo bij mij ontboden
deelde mij mede, voorloopig
zelf zijn echtgenoote te willen
helpen.
Indien noodig zal hij
tegen het volgend voorjaar
opnieuw een verzoek om
assistentie indienen.
26-7-39
Dellain
[Middenlinks, diagonaal geschreven:]
oproepen
24-7-39
Dellain
p 26/7
[Rechtsonder:]
~~pt~~
5. 25/107/B [in rode inkt]
29/7-39 [paraf] Dit document is een verslag van een administratieve handeling betreffende een hulpvraag. Uit de opeenvolging van aantekeningen kan het proces gereconstrueerd worden:
1. 21 juli 1939: De zaak wordt intern voorgelegd ("Bespreken s.v.p.") aan Th. de Haas.
2. 24 juli 1939: Dellain geeft de instructie om de betrokkene op te roepen.
3. 26 juli 1939: Er vindt een gesprek plaats. De heer Marpurgo verklaart dat hij op dit moment geen externe hulp ("assistentie") nodig heeft voor de zorg voor zijn echtgenote, maar dat hij mogelijk in het voorjaar van 1940 opnieuw een verzoek zal indienen. De status van de zaak wordt gewijzigd naar "afgedaan".
4. 29 juli 1939: De definitieve administratieve afhandeling vindt plaats, waarbij een dossiernummer in rode inkt wordt toegevoegd. De notitie dateert van de zomer van 1939, een periode van grote internationale spanning vlak voor de Duitse inval in Polen. De naam 'Marpurgo' is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam. Het is zeer waarschijnlijk dat dit document afkomstig is uit het archief van een sociale instantie, een gemeentelijke armenraad of een specifiek Joodse hulporganisatie (zoals het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen) die in deze jaren te maken had met een toenemende vraag naar sociale bijstand en ondersteuning van vluchtelingen. De formele taal ("bij mij ontboden") en de strakke administratieve opvolging zijn kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit het interbellum. Marpurgo verklaart (De heer)