Archief 745
Inventaris 745-276
Pagina 301
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven rapport/dienstverslag van het Marktwezen Amsterdam.

26 juni 1939 (met afhandeling tot 7 juli 1939).

Origineel

Handgeschreven rapport/dienstverslag van het Marktwezen Amsterdam. 26 juni 1939 (met afhandeling tot 7 juli 1939). [Paars stempel linksboven:]
Nº 25/109/M. 1939 10/7

[Rechtsboven handgeschreven aantekeningen:]
Oproepen
28-6-39
deller [onleesbaar doorgehaald]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[In de hoek:] p 5/7

[Linksboven:]
betr. L. Pinto
Scheldeplein 16 III (inw.)

[Midden:]
1 Rapport.

De v/h. AC. wijz L. Pinto heeft zich op
26 Juni 39 op hinderlijke wijze voor de
marktambtenaren bemoeid bij de toe-
wijzing der losplaatsen, waardoor
de goede orde werd verstoord.
In verband met dit feit is een ernstige
waarschuwing u.z. [uwerzijds] nu noodzakelijk.

[Rechtsonder hoofdtekst:]
Amsterdam, 26 Juni 39
J. G. Mankubus [Handtekening met krul]

[Linksonder:]
Kan als afgedaan worden
beschouwd.

S. Pinto bij mij ontboden en
hem ernstig onderhouden.
6-7-39
Delleman

[Onderaan midden:]
ni. retour aan b.
genoteerd op lijst P.
nabeziger
7/7 39 P Het document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse inspectie van het Marktwezen uit de zomer van 1939. De kern van de zaak is een ordeverstoring door L. Pinto (verderop aangeduid als S. Pinto) op 26 juni 1939. Pinto heeft de marktambtenaren "op hinderlijke wijze" gehinderd tijdens hun werk bij het toewijzen van losplaatsen.

De procedurele gang van zaken is duidelijk zichtbaar:
1. Rapportage: Ambtenaar Mankubus stelt op 26 juni het rapport op en adviseert een ernstige waarschuwing.
2. Oproep: Er wordt genoteerd dat de betrokkene opgeroepen moet worden (28 juni).
3. Hoor/Wederhoor/Sanctie: Op 6 juli wordt Pinto ontboden bij ambtenaar Delleman, die hem "ernstig heeft onderhouden" (streng heeft toegesproken).
4. Afsluiting: Na dit gesprek wordt de zaak als "afgedaan" beschouwd en administratief verwerkt op 7 juli 1939. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op de orde en de toewijzing van plekken; elke verstoring werd gerapporteerd en gesanctioneerd met een officiële vermaning.

De naam Pinto is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Gezien de datum (juli 1939) en de locatie (het Scheldeplein in de Rivierenbuurt, een buurt die in die tijd veel Joodse inwoners kende), plaatst dit het document in de context van de laatste maanden van relatieve vrijheid voor de Joodse bevolking van Amsterdam vóór de Duitse bezetting. Het document toont een alledaags conflict tussen een burger/koopman en de gemeentelijke bureaucreatie, vastgelegd in een tijd van toenemende internationale spanning.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse inspectie van het Marktwezen uit de zomer van 1939. De kern van de zaak is een ordeverstoring door L. Pinto (verderop aangeduid als S. Pinto) op 26 juni 1939. Pinto heeft de marktambtenaren "op hinderlijke wijze" gehinderd tijdens hun werk bij het toewijzen van losplaatsen.

De procedurele gang van zaken is duidelijk zichtbaar:
1. Rapportage: Ambtenaar Mankubus stelt op 26 juni het rapport op en adviseert een ernstige waarschuwing.
2. Oproep: Er wordt genoteerd dat de betrokkene opgeroepen moet worden (28 juni).
3. Hoor/Wederhoor/Sanctie: Op 6 juli wordt Pinto ontboden bij ambtenaar Delleman, die hem "ernstig heeft onderhouden" (streng heeft toegesproken).
4. Afsluiting: Na dit gesprek wordt de zaak als "afgedaan" beschouwd en administratief verwerkt op 7 juli 1939.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op de orde en de toewijzing van plekken; elke verstoring werd gerapporteerd en gesanctioneerd met een officiële vermaning.

De naam Pinto is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Gezien de datum (juli 1939) en de locatie (het Scheldeplein in de Rivierenbuurt, een buurt die in die tijd veel Joodse inwoners kende), plaatst dit het document in de context van de laatste maanden van relatieve vrijheid voor de Joodse bevolking van Amsterdam vóór de Duitse bezetting. Het document toont een alledaags conflict tussen een burger/koopman en de gemeentelijke bureaucreatie, vastgelegd in een tijd van toenemende internationale spanning.

Gerelateerde Documenten 6