Ambtsbericht / Adviesnota betreffende een marktvergunning.
Origineel
Ambtsbericht / Adviesnota betreffende een marktvergunning. Een marktfunctionaris (handtekening onduidelijk, mogelijk J.J. Moeschoek of vergelijkbaar). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven:]
Advies op No. 25/113/1 M 39
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden:]
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
A.A.P. Ludwig, v.h. A.C., dient het volgende:
De heer Ludwig bezet alleen des Zaterdags een
plaats op de Albert Cuypstraatmarkt.
Hij verkoopt en maakt een bijzonder attractief
artikel, nl. schilderstukjes, zoodat het mij
belangrijk is zoodanigen koopman voor de markt
te kunnen behouden.
Bedoeling van verzoeker is om gedurende
twee maanden toestemming te verkrijgen
zijn losse plaats slechts één maal per week
te bezetten, waardoor hij gelegenheid krijgt
zich in te stellen om na dien termijn
geregeld van zijn plaats gebruik te maken.
M.i. bestaat, gezien bovengenoemde omstan-
digheden, tegen inwilliging van het verzoek
geen bezwaar.
[Rechtsonder:]
Amst. 20 Juli 29
[Handtekening onleesbaar] * Kern van het verzoek: De heer Ludwig, een kunstenaar/koopman die kleine schilderijtjes maakt en verkoopt, vraagt toestemming om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt gedurende twee maanden slechts één keer per week (op zaterdag) te bezetten.
* Motivatie van de ambtenaar: De adviserend ambtenaar is zeer positief over de aanvraag. Hij kwalificeert de koopwaar als een "bijzonder attractief artikel". In de ogen van de marktmeester draagt dit bij aan de kwaliteit en diversiteit van de markt, wat een reden is om de koopman voor de markt te willen behouden.
* Regelgeving: Normaal gesproken gold er een plicht tot regelmatige bezetting van een vaste of losse plaats. Ludwig heeft blijkbaar tijd nodig om zijn zaken zo in te richten dat hij na twee maanden wel weer volledig aan de markteisen kan voldoen.
* Conclusie: Het advies is positief ("geen bezwaar"). Dit document stamt uit 1929, een periode waarin de Albert Cuypmarkt in Amsterdam al een gevestigde en iconische volksmarkt was. De marktcommissie en de Inspecteur van het Marktwezen hielden streng toezicht op de bezetting van de kramen om te voorkomen dat waardevolle ruimte onbenut bleef.
Opvallend is de waardering voor de "schilderstukjes". In een tijd van economische verandering werd het belang van 'sfeer' en 'attractieve artikelen' op de markt erkend om het publiek te blijven trekken. De afkorting "v.h. A.C." staat vermoedelijk voor "van de Albert Cuyp". De term "losse plaats" duidt erop dat de koopman (nog) geen vaste standplaatsvergunning had voor de gehele week, maar per dag een plek toegewezen kreeg, of dat hij in een overgangsfase zat naar een meer permanente status.