Archiefdocument
Origineel
[II]
Gemeentelijke Visafslag in aanmerking te komen.
Desgevraagd verklaarde Waagenaar voornoemd
„ Ik heb de voorn, die van morgen aan Mozes Worms
was verstrekt, door de Gemeentelijke Visafslag, van hem
gekregen, omreden dat Worms zijn zuster van middag
overleden is, waar Worms inwonend is en de snoek
heb ik gekocht van een mij onbekend persoon.
Desgevraagd antwoordde Waagenaar „ Ik heb de
visch gekocht voor den vastgestelden maximum prijs.
Op Dinsdag den 7den April 1942 te ongeveer 9 uur 30
minuten bevond ik mij in mijn voormelde kwaliteit
aan de Gemeentelijke Visafslag der Gemeente Amsterdam.
Na mij bekend te hebben gemaakt, sprak ik aldaar met
een manspersoon die desgevraagd opgaf te zijn
Mozes Worms.
geboren den 25 Maart 1890 te Amsterdam en wonende
Afrikanenplein 31 I te Amsterdam. van beroep vischventer
en als zoodanig ook ingeschreven bij de Gemeentelijke
Visafslag te Amsterdam, om voor de verdeeling van
zoetwatervisch in aanmerking te komen.
Desgevraagd verklaarde Worms voornoemd: „ ja mijnheer
ik ben wel wegens het sterfgeval van mijn zuster van de
markt gegaan, maar ik heb geen zoetwatervisch door-
verkocht aan Barend Waagenaar.
Op Dinsdag den 7den April 1942 te ongeveer 11 uur
30 minuten bevond ik mij, in mijn voormelde kwaliteit
op het kantoor van de Marktmeester in de Jan van Galenstraat
gelegen binnen de Gemeent Amsterdam en sprak De tekst bevat twee tegenstrijdige verklaringen die zijn opgenomen door een opsporingsambtenaar (mogelijk van de Crisis Controle Dienst of de politie) in het kader van een onderzoek naar de naleving van de distributiewetten tijdens de bezetting:
- Verklaring Waagenaar: Hij geeft toe dat hij "voorn" (een zoetwatervis) heeft overgenomen van Mozes Worms. Hij voert als verzachtende omstandigheid aan dat Worms plotseling weg moest omdat zijn zus (bij wie hij inwoonde) die middag was overleden. Verder verklaart hij een snoek te hebben gekocht van een onbekende en benadrukt hij dat hij de maximumprijs heeft betaald. Dit laatste is van belang om niet beschuldigd te worden van zwarte handel of prijsopdrijving.
- Verklaring Worms: Hoewel hij bevestigt dat hij de markt heeft verlaten vanwege het overlijden van zijn zus, ontkent hij categorisch dat hij vis heeft doorverkocht aan Waagenaar.
De kern van het onderzoek lijkt de illegale overdracht of handel van vis buiten de officiële "verdeeling" (toewijzing) van de Gemeentelijke Visafslag te zijn. Dit document stamt uit april 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de controle op de voedselvoorziening en distributie in Nederland sterk had aangescherpt. Voedsel was schaars en de handel was gebonden aan strikte regels en maximumprijzen om de zwarte markt tegen te gaan.
De genoemde namen en locaties voegen een tragische laag toe aan het document. Mozes Worms woonde aan het Afrikanenplein 31-I in de Transvaalbuurt, een buurt die in 1942 nagenoeg geheel Joods was. De systematische vervolging en deportatie van Joodse Amsterdammers was in deze periode reeds in volle gang of stond op het punt te intensiveren. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Mozes Worms inderdaad een visverkoper was. Het feit dat hij en zijn collega's onder de loep werden genomen voor kleine overtredingen van de marktvoorschriften, paste in het patroon van de bezetter om het economische leven van Joden onmogelijk te maken. Gemeente Amsterdam Politie