Typoscript (doorslag van een brief).
Origineel
Typoscript (doorslag van een brief). 23 april 1942. De Directeur (van de Visscherijcentrale). [Bovenaan rechts:] HG.
[Bovenaan midden, handgeschreven in blauwe inkt:] Verzonden [paraaf]
[Midden rechts:]
den Heer W.Vierra,
Jac.v.Lennepstraat 122 III,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
[Midden links:] 46A/77/11 M
[Midden rechts:] 23 April 1942.
Naar aanleiding van Uw verzoek deel ik U mede, dat na
behandeling hiervan in de door de Visscherijcentrale ingestelde Com-
missie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te
voldoen.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, Dit document is een formele, bureaucratische afwijzing van een niet nader gespecificeerd verzoek. De brief is gericht aan de heer W. Vierra en is verzonden namens de directeur van de Visscherijcentrale. Het verzoek is blijkbaar beoordeeld door een speciaal hiervoor ingestelde commissie, die tot een negatief besluit is gekomen. De brief is een doorslag (carbon copy), herkenbaar aan het type papier en de vage inkt, bedoeld voor de eigen administratie van de instantie. De handgeschreven notitie "Verzonden" diende als administratieve controle dat de originele brief daadwerkelijk was gepost. De brief dateert van april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een organisatie die de visserijsector reguleerde en controleerde, vaak in relatie tot de voedselvoorziening en distributie onder toezicht van de bezetter.
De geadresseerde, W. Vierra, woonde in de Jacob van Lennepstraat in Amsterdam-West. De achternaam Vierra duidt mogelijk op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in Nederland in rap tempo opgevoerd; kort na de datum van deze brief (op 3 mei 1942) werd de Jodenster verplicht. Veel verzoeken aan officiële instanties in deze periode hadden betrekking op het verkrijgen van vergunningen om te mogen blijven werken of om uitzonderingen op beperkende maatregelen. De korte, bijna kille afwijzing zonder opgaaf van reden is kenmerkend voor de manier waarop de bezettingsbureaucratie vaak opereerde tegenover burgers, en in het bijzonder de Joodse bevolking. Uit historische bronnen blijkt dat bewoners van dit specifieke adres tijdens de Holocaust zijn weggevoerd en vermoord, wat deze zakelijke afwijzing in een zeer somber daglicht plaatst. W. Vierra