Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. 13 mei 1942 (ontvangen/geregistreerd op 16 mei 1942). H. v. Velzen, Nieuwe Prinsengracht 52 C, Amsterdam. Afdeeling Aalverdeeling, Amsterdam. No 46A/ 151/1 M. 1942 16/5 V
Amsterdam. 13/5 '42
Afdeeling
Aalverdeeling.
m. Insp.
Mijn(e) Heer(en).
Naar aanleiding in zaken mijn aal-
toewijzing, waarvan ik al voor drie weken
een formulier ingevuld heb opgestuurd,
tevens ook bewijzen van grossiers, waar
ik altijd mijn aal van betrok.
Deze heb ik afgegeven aan den Heer
Inspecteur ter Haar. Eventueel kan U
inlichtingen krijgen bij de keurmeester den
Heer Snoek.
Hopende, spoedig een bevredigend ant-
woord van U te mogen ontvangen
teeken ik met de meeste
Hoogachting
H. v. Velzen.
Nw Prinsengr. 52
C. * Doel van de brief: De schrijver, H. v. Velzen, beklaagt zich indirect over de vertraging van zijn aanvraag voor een aal-toewijzing (palingrantsoen). Hij herinnert de instantie eraan dat hij drie weken geleden al de nodige formulieren en bewijsstukken van groothandelaren heeft ingeleverd.
* Toon: De brief is formeel en beleefd, passend bij de zakelijke correspondentie van die tijd.
* Genoemde personen:
* Inspecteur ter Haar: De persoon aan wie de documenten oorspronkelijk zijn overhandigd.
* Keurmeester Snoek: Een referentiepunt voor verdere inlichtingen over de zaak.
* Administratieve context: De stempels en handgeschreven nummers bovenaan duiden op een strikte bureaucratische verwerking door de betreffende instantie. Deze brief stamt uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel en middelen groot, waardoor bijna alle handel en distributie onder strikt overheidstoezicht stonden via een distributiesysteem.
De "Afdeeling Aalverdeeling" was verantwoordelijk voor het reguleren en toewijzen van paling (aal), een belangrijk handelsproduct in Nederland. De brief illustreert de bureaucratische weg die ondernemers of handelaren (zoals waarschijnlijk de heer Van Velzen) moesten bewandelen om legaal aan hun voorraden te komen. Het feit dat er bewijzen van "grossiers" (groothandelaren) nodig waren en er inspecteurs en keurmeesters aan te pas kwamen, toont aan hoe streng de controle op de voedselvoorraad was ingericht. De locatie, Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam, lag destijds in een gebied dat sterk beïnvloed werd door de maatregelen van de bezetter.