Officiële kennisgeving / Aanplakbiljet.
Origineel
Officiële kennisgeving / Aanplakbiljet. 26 mei 1942 (stempel bovenaan) / mei 1942 (ondertekening). [Linksboven gestempeld:]
№ 46A/209/1 M. 1942 26/5
[Rechtsboven handgeschreven:]
1 ex. h. de Haan.
17 ex. dagmarkten.
[Paraaf]
[Links:]
No. 404
Gezien [stempel]
K E N N I S G E V I N G
Een nieuwe regeling betreffende den verkoop van visch.
Sinds eenigen tijd is het noodzakelijk gebleken voor den aanvoer en den verkoop van visch regelingen te treffen, die het mogelijk maken een strengere contrôle uit te oefenen, op de prijzen en te voorkomen, dat dit belangrijke volksvoedsel in den z.g. zwarten handel overgaat. Te dien einde zijn met de Nederlandsche Visscherij Centrale besprekingen gevoerd, die hebben geleid tot het vaststellen door deze instelling van een tweede uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, houdende een regeling van de vischvoorziening van de Gemeente Amsterdam. Hierdoor zal met ingang van 26 Mei a.s. de visch op een centrale plaats worden aangevoerd en wel op den Gemeentelijken Vischafslag aan de De Ruyterkade alhier. Dit betreft zoetwatervisch, aal en paling daaronder begrepen, garnalen en zeevisch waarvoor maximumprijzen zijn vastgesteld. De Nederlandsche Visscherijcentrale zal de groothandelaren en rookerijen verplichten wekelijks een bepaalde hoeveelheid aan den afslag af te leveren.
Deze visch zal op den Gemeentelijken Afslag worden verdeeld onder de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren. De visch moet daarna rechtstreeks van den vischafslag naar de verkoopplaats worden vervoerd.
De bij de verdeeling toegewezen visch mag, behoudens toestemming vanwege de Centrale, tot verkoop aan andere afnemers, uitsluitend aan consumenten worden verkocht. Op deze verkoopplaatsen zal strenge controle worden uitgeoefend. Het venten met en het verkoopen van bovengenoemde vischsoorten op zgn. vaste standplaatsen buiten de markten is met ingang van genoemden datum verboden.
Als plaatsen (behalve winkels en hallen) waar visch mag worden verkocht, zijn door den Burgemeester aangewezen de volgende markten:
Albert Cuypstraat
Dapperstraat
Lindengracht (met uitzondering van Maandag)
Noordermarkt (op Maandag)
Ten Katestraat
Nieuwmarkt
Mosplein
Jan Evertsenstraat
Stadionplein
Waterlooplein }
Gaaspstraat } markten uitsluitend toegankelijk voor Joden.
Joubertstraat }
De visch moet worden verkocht tegen ten hoogste de daarvoor vastgestelde maximumprijzen. Deze prijzen zijn:
Versche aal en paling (per ½ kg.)
boven 250 gram (ten minste 2 stuks in een ½ kg.) f 1,23
van 125 tot 250 gram (van 2-4 stuks in een ½ kg.) " 0,93
van 70 tot 125 gram (van 4-8 stuks in een ½ kg.) " 0,82
tot 70 gram (onbepaald) " 0,54
Gerookte aal en paling (per ¼ kg.)
boven 200 gram (2-3 stuks in een ¼ kg.) " 2,17
van 100-200 gram (van 3-5 stuks in een ¼ kg.) " 1,88
van 50-100 gram (van 5-10 stuks in een ¼ kg.) " 1,62
tot 50 gram " 1,16
C.S. Stadhuis,
A'dam 5-'42. Dit document is een officiële bekendmaking van de gemeente Amsterdam uit mei 1942. De hoofddoelstelling is de volledige regulering van de visketen, van aanvoer tot consumentenprijs.
De tekst benadrukt de noodzaak om "zwarten handel" tegen te gaan, een veelvoorkomend probleem tijdens de bezettingsjaren door schaarste. Door alle vis verplicht via de Gemeentelijke Vischafslag aan de De Ruyterkade te laten lopen, kreeg de overheid (onder toezicht van de bezetter) grip op de distributie. Opvallend is de gedetailleerde prijslijst voor aal en paling, uitgedrukt in gewichtsklassen en stuks, wat duidt op een zeer fijnmazig distributiesysteem.
Het verbod op het "venten" (huis-aan-huis verkoop) was een effectieve manier om illegale handel buiten het zicht van de controleurs onmogelijk te maken. Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het is een tastbaar bewijs van de toenemende bureaucratisering van het dagelijks leven en de voedselvoorziening.
Het historisch meest significante en beladen onderdeel van deze kennisgeving is de expliciete vermelding van de markten op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat. Deze worden met een accolade gemarkeerd als "markten uitsluitend toegankelijk voor Joden."
In 1941 en 1942 voerde de bezetter een reeks antisemitische maatregelen in om Joden volledig te isoleren van het openbare leven. Naast het verbod op bezoek aan parken, bioscopen en cafés, werden Joodse Amsterdammers gedwongen hun boodschappen te doen op speciaal daarvoor aangewezen markten binnen de Joodse buurten (zoals de Transvaalbuurt bij de Joubertstraat en de Rivierenbuurt bij de Gaaspstraat). Dit document illustreert hoe de segregatie tot in de kleinste details van de voedseldistributie (zoals de verkoop van vis) was doorgevoerd.