Archiefdocument
Origineel
- 2 -
"Ik heb 1 ½ kg versche aal en paling gekocht en hier-
.voor f..2,30 betaald."
Ik verzocht den heer Heijenveld mee terug te gaan
naar den verkooper van de aal en paling. Hierop ondervroeg
ik den verkooper van de aal en paling, die desgevraagd opgaf
te zijn: ---------------------------------------------------
-----------------------------JAN GOOIJER (Wzn.).-----------
geboren den 14den Januari 1881 te Huizen (N.H.), van beroep
vischventer en wonende Lindelaan 87 te Huizen (N.H.).
Deze gegevens werden aan de hand van zijn persoonsbe-
wijs gecontroleerd en juist bevonden.
Op mijn vraag of Gooijer voornoemd versche aal en
paling aan Heijenveld had verkocht, antwoordde hij: "Ja, ik
heb aan dien man 1 ½ kg versche aal verkocht".
Verbalisant heeft daarna de versche aal en paling ge-
wogen en constateerde, dat er 35 stuks aal en paling waren met
een totaal gewicht van 1 ½ kg, dus gemiddeld 30 gram per stuk.
Daar versche aal en paling met een gewicht van minder
dan 70 gram per stuk, volgens de Prijzenbeschikking Zoetwater-
visch 1941 No. 2, aan den consument verkocht mag worden voor ten
hoogste f. 1,08 per kg, constateerde ik een prijsverhooging
van bijna 24 cent per kg.
Verdachte verklaarde met de prijzen van zoetwatervisch
bekend te zijn.
Tevens verklaarde hij:
"Ik heb vanmorgen 40 kg versche aal en paling op den
Gemeentelijken afslag te Amsterdam op mijn toewijzing gekregen,
toen heb ik met een anderen vischventer 20 pond van 41 cent
geruild voor 20 pond van 62 cent en die zijn er door gegaan
en nu neem ik een paar centen meer per ½ kg".
Op mijn vraag hiertoe gesteld, hoe de naam van dien
anderen vischventer was, waar hij de 20 kg versche aal en paling
mee geruild had, antwoordde Gooijer voornoemd, dat kan ik U niet
zeggen.
Ik, verbalisant, heb verdachte het aan Heijenveld te-
veel berekende (f. 0,41) terug laten betalen.
Verbalisant merkt nog op, dat deze 1 ½ kg het laatste
kwantum was, zoodat hij dus niet heeft kunnen constateeren of
de waar geprijsd geweest is.
In verband met het verkoopen van 1 ½ kg versche aal
en paling te Amsterdam aan den heer van Heijenveld voornoemd
op 21 Mei 1942 voor den prijs van f. 1,32 per kg, hoewel deze
versche aal en paling,welke een gemiddeld gewicht had van circa
50 gram per stuk, in de gewichtsklasse valt van 0-70 gram, waar-
voor door den kleinhandelaar ten hoogste mag worden berekend
den maximum verkoopprijs, vastgesteld in kolom IV van tabel A,
opgenomen bij de Prijzenbeschikking Zoetwatervisch 1941 No. 2,
zijnde f. 0,54 per ½ kg, waardoor Jan Gooijer voornoemd een
overtreding heeft begaan van artikel 6 lid 2 van genoemde Be-
schikking, heb ik verdachte een proces-verbaal aangezegd.
Een is dit proces-verbaal door mij op ambtseed opge-
maakt, gesloten en geteekend te IJmuiden, den 23sten Mei 1942.
De controleur Landbouw-Crisiswet 1933,
[Handtekening: W.v.d.Linden / W.v.d.L...]
--- * Kern van de zaak: Dit document legt een geval van prijsopdrijving (woeker) vast tijdens de bezettingsjaren. Visboer Jan Gooijer wordt betrapt op het verkopen van kleine aal (30-50 gram per stuk) boven de wettelijk vastgestelde maximumprijs.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar de Prijzenbeschikking Zoetwatervisch 1941 No. 2. De maximumprijs voor kleine aal (0-70 gram) was f 1,08 per kg (f 0,54 per pond). De verdachte rekende f 1,32 per kg.
* Verweer: De verdachte claimt dat hij zelf een ongunstige ruilhandel heeft moeten aangaan op de visafslag in Amsterdam om aan zijn handelswaar te komen, wat de hogere prijs zou rechtvaardigen. Hij weigert echter de naam van de tegenpartij te noemen.
* Sanctie: De verbalisant dwingt ter plekke een terugbetaling af van f 0,41 aan de gedupeerde koper en maakt vervolgens officieel proces-verbaal op.
* Rekennotitie: Hoewel de koper in de openingsverklaring spreekt over een betaling van f 2,30 voor 1,5 kg, baseert de verbalisant zijn aanklacht op een vastgestelde prijs van f 1,32 per kg (totaal f 1,98). Het verschil tussen de werkelijke en de wettelijke prijs (f 1,08/kg) verklaart het terugbetaalde bedrag.
--- Dit document biedt een inkijkje in de strikte voedselregulering in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege schaarste werden prijzen en distributie door de overheid gecontroleerd via de Landbouw-Crisiswet 1933. Deze crisiswet, oorspronkelijk uit de depressiejaren, werd door de bezetter en het Nederlandse ambtenarenapparaat ingezet om de zwarte markt te bestrijden.
Het toezicht was minutieus; inspecteurs controleerden zelfs de kleinste straathandelaren op zaken als gewichtsklassen van vis en de aanwezigheid van prijskaartjes. Dergelijke processen-verbaal waren cruciaal om de prijsstabiliteit voor de bevolking (enigszins) te handhaven in een tijd van toenemende tekorten en economische ontwrichting. Landbouw (Controleur)