Archiefdocument
Origineel
28 mei 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Distributie en Vischvervoer (gevestigd aan het Juliana van Stolbergplein 3-4, 's-Gravenhage). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 – TELEGRAMADRES: NEDVISCEN – TELEFOON 720080 – INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
AFD. Verd.
Betreffende vischverdeeling 1942
Bericht op schrijven van
'S-GRAVENHAGE, 28 Mei 1942.
Bij antwoord vermelden:
No. 9941 Afd.V./dBo.
Bijlagen: ...... stuks, t.w.:
Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM .-
Hiermede berichten wij U, dat S. de Ruijg, Kl. Kattenburgerstraat te Amsterdam, zijn paling en/of zoetwatervisch buiten de Gemeente Amsterdam wenscht uit te venten.
Daar de Nederlandsche Visscherijcentrale hiertegen geen bezwaar heeft, zal S. de Ruijg in het vervolg zijn toewijzingen rechtstreeks van zijn leverancier, J. Meij Ezn. te Monnikendam, ontvangen.
In verband met het bovenstaande verzoeken wij U, S. de Ruijg te doen afvoeren van de verdeellijst voor paling en zoetwatervisch van den gemeentelijken vischafslag te Amsterdam.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[handtekening]
Directeur
[Stempel linksonder:]
Nº 46A / 242 / M. 1942 30/5
To
(A) 19652 '41 - K 983
[Aantekening rechtsonder:]
46A Het document is een officiële brief van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een administratieve wijziging in de distributie van vis. Een vishandelaar uit Amsterdam, S. de Ruijg (gevestigd aan de Kleine Kattenburgerstraat), heeft aangegeven zijn handel (paling en zoetwatervis) buiten de gemeentegrenzen van Amsterdam te willen uitoefenen ("uit te venten").
Hierdoor verandert de distributieketen voor deze specifieke handelaar. In plaats van zijn toewijzingen te betrekken via de gemeentelijke visafslag van Amsterdam, krijgt hij deze voortaan direct van zijn leverancier in Monnikendam (J. Meij Ezn.). De brief dient als verzoek om De Ruijg te schrappen van de lokale Amsterdamse verdeellijst om dubbele toewijzingen of administratieve fouten te voorkomen. De paarse stempel onderaan geeft de registratie bij de gemeente Amsterdam aan op 30 mei 1942. De brief dateert uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel om tekorten te beheersen. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een semi-overheidsorgaan dat tijdens de bezetting werd opgericht (of voortgezet onder toezicht) om de visserijsector en de verdeling van vis centraal te reguleren.
In Amsterdam was het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat bij de Centrale Markthallen) verantwoordelijk voor de lokale controle en distributie. Dit document illustreert de verregaande bureaucratische controle op de handel: zelfs de wens van een individuele visboer om in een andere gemeente te gaan venten, vereiste officiële correspondentie tussen centrale en lokale autoriteiten om de rantsoenering en toewijzingen aan te passen. De vishandelaar wordt hierdoor direct afhankelijk van een specifieke leverancier binnen het landelijke distributienetwerk.