Doorslag van een officiële brief (besluit).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit). 20 juni 1942 (verzonden op 22 juni 1942). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer F.G. van Immerseel, Kinkerstraat 45 II, Amsterdam-West. [Handgeschreven, boven:] Verzonden 22/6
[Getypt, rechtsboven:] HG.
den Heer F.G. van Immerseel,
Kinkerstraat 45 II,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
46A/254/2 M. 20 Juni 1942.
Naar aanleiding van Uw desbetreffend verzoek deel ik U mede, dat U geen toestemming kan worden verleend om Uw aal te laten rooken.
De Directeur, Dit korte schrijven is een formele afwijzing van een verzoek. De heer F.G. van Immerseel, woonachtig aan de Kinkerstraat in Amsterdam, had blijkbaar een verzoek ingediend om paling (aal) te mogen laten roken. De directeur van de betreffende instantie (waarschijnlijk de Keuringsdienst van Waren of een andere gemeentelijke afdeling belast met voedselvoorziening of brandveiligheid) wijst dit verzoek zonder verdere opgaaf van redenen af.
Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit die tijd: kort, zakelijk en beslist. De handgeschreven aantekening "Verzonden 22/6" geeft aan wanneer de brief daadwerkelijk de deur uit is gegaan. De datum van de brief, 20 juni 1942, plaatst het document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en strikte regulering van de voedselvoorziening.
Er zijn meerdere redenen denkbaar voor deze afwijzing:
1. Voedseldistributie: Tijdens de oorlog was vis, waaronder aal, onderworpen aan distributieregels. Het zelfstandig verwerken (roken) van vis kon worden gezien als een overtreding van de regels tegen zwarte handel of eigenmachtige voedselverwerking.
2. Veiligheid en Verduistering: Het roken van vis veroorzaakt rook en mogelijk vuur/licht. Vanwege de strenge verduisteringsvoorschriften en het brandgevaar in dichtbevolkte wijken als de Kinkerbuurt (het adres is een bovenwoning: "II"), werden dergelijke activiteiten vaak verboden.
3. Hygiëne: In een woonomgeving was het roken van vis doorgaans aan strikte vergunningen gebonden wegens overlast en hygiëne, voorschriften die in oorlogstijd alleen maar strenger werden gehandhaafd. F.G. van Immerseel
Samenvatting
Dit korte schrijven is een formele afwijzing van een verzoek. De heer F.G. van Immerseel, woonachtig aan de Kinkerstraat in Amsterdam, had blijkbaar een verzoek ingediend om paling (aal) te mogen laten roken. De directeur van de betreffende instantie (waarschijnlijk de Keuringsdienst van Waren of een andere gemeentelijke afdeling belast met voedselvoorziening of brandveiligheid) wijst dit verzoek zonder verdere opgaaf van redenen af.
Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit die tijd: kort, zakelijk en beslist. De handgeschreven aantekening "Verzonden 22/6" geeft aan wanneer de brief daadwerkelijk de deur uit is gegaan.
Historische Context
De datum van de brief, 20 juni 1942, plaatst het document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en strikte regulering van de voedselvoorziening.
Er zijn meerdere redenen denkbaar voor deze afwijzing:
1. Voedseldistributie: Tijdens de oorlog was vis, waaronder aal, onderworpen aan distributieregels. Het zelfstandig verwerken (roken) van vis kon worden gezien als een overtreding van de regels tegen zwarte handel of eigenmachtige voedselverwerking.
2. Veiligheid en Verduistering: Het roken van vis veroorzaakt rook en mogelijk vuur/licht. Vanwege de strenge verduisteringsvoorschriften en het brandgevaar in dichtbevolkte wijken als de Kinkerbuurt (het adres is een bovenwoning: "II"), werden dergelijke activiteiten vaak verboden.
3. Hygiëne: In een woonomgeving was het roken van vis doorgaans aan strikte vergunningen gebonden wegens overlast en hygiëne, voorschriften die in oorlogstijd alleen maar strenger werden gehandhaafd.