Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 1 juni 1942. H. Failé, Vinkenstraat 21-III, Amsterdam. № 46ᴬ/269/1 M. 1942 2/6
Amsterdam. 1 Juni 1942.
Mijnheer.
Daar de ondergeteekende H. Failé, wonende
Vinkenstraat 21ᴵᴵᴵ alhier, van de commissie
op de vischmarkt, geen toewijzing voor
aal kan bekomen, wendt hij zich ten
einde raad tot U.
Hij is sedert 1934 in het bezit van een vent-
vergunning voor visch en sinds 17.2.42
onder nummer D. 31023 ingeschreven bij
het Bureau Voorbereiding Organisatie
Detailhandel-Ambacht te ’s Gravenhage.
Verleden jaar had hij een toewijzing voor aal
en dit jaar wil men hem geen toewijzing
verstrekken, terwijl aan vele venters, welke
zeer korter vischventer zijn, wel een toe-
wijzing wordt verleend.
Zooals U wel zult begrijpen is dit voor
ondergeteekende een groot nadeel temeer
daar de aanvoer van andere visch ook
niet erg groot is en daardoor zijn
[Onderaan rechts handgeschreven initialen:] GHA In deze brief beklaagt H. Failé, een Amsterdamse visverkoper, zich over het feit dat hij geen toewijzing (quotum) heeft gekregen voor de verkoop van aal (paling). Hij voert aan dat hij al sinds 1934 een vergunning heeft en dat hij officieel geregistreerd staat bij de relevante instanties.
De schrijver uit zijn frustratie over het feit dat "nieuwere" visventers wel een toewijzing hebben ontvangen, terwijl hij als ervaren kracht wordt overgeslagen. Dit vormt een directe bedreiging voor zijn broodwinning, zeker omdat de aanvoer van andere vissoorten op dat moment ook beperkt is. De brief is gericht aan een niet nader genoemde autoriteit, waarschijnlijk een ambtenaar belast met de distributie of markttoezicht. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van de schaarste en de strakke organisatie van de economie is duidelijk zichtbaar:
- Distributie en Toewijzing: Tijdens de bezetting was bijna alles op de bon of onderworpen aan strikte quota. De "commissie op de vischmarkt" bepaalde wie wat mocht verkopen.
- Organisatie Detailhandel-Ambacht: De schrijver noemt het Bureau Voorbereiding Organisatie Detailhandel-Ambacht (BVODA). Dit was een door de bezetter in het leven geroepen orgaan om het Nederlandse bedrijfsleven te reorganiseren volgens het corporatieve stelsel (de zogenaamde "Gelijkschakeling").
- Economische nood: De tekst illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in de Jordaan (Vinkenstraat) die afhankelijk waren van bureaucratische beslissingen voor hun inkomen in een tijd van toenemende tekorten. H. Fail U.
Samenvatting
In deze brief beklaagt H. Failé, een Amsterdamse visverkoper, zich over het feit dat hij geen toewijzing (quotum) heeft gekregen voor de verkoop van aal (paling). Hij voert aan dat hij al sinds 1934 een vergunning heeft en dat hij officieel geregistreerd staat bij de relevante instanties.
De schrijver uit zijn frustratie over het feit dat "nieuwere" visventers wel een toewijzing hebben ontvangen, terwijl hij als ervaren kracht wordt overgeslagen. Dit vormt een directe bedreiging voor zijn broodwinning, zeker omdat de aanvoer van andere vissoorten op dat moment ook beperkt is. De brief is gericht aan een niet nader genoemde autoriteit, waarschijnlijk een ambtenaar belast met de distributie of markttoezicht.
Historische Context
Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van de schaarste en de strakke organisatie van de economie is duidelijk zichtbaar:
- Distributie en Toewijzing: Tijdens de bezetting was bijna alles op de bon of onderworpen aan strikte quota. De "commissie op de vischmarkt" bepaalde wie wat mocht verkopen.
- Organisatie Detailhandel-Ambacht: De schrijver noemt het Bureau Voorbereiding Organisatie Detailhandel-Ambacht (BVODA). Dit was een door de bezetter in het leven geroepen orgaan om het Nederlandse bedrijfsleven te reorganiseren volgens het corporatieve stelsel (de zogenaamde "Gelijkschakeling").
- Economische nood: De tekst illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in de Jordaan (Vinkenstraat) die afhankelijk waren van bureaucratische beslissingen voor hun inkomen in een tijd van toenemende tekorten.