Handgeschreven brief (klaagschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klaagschrift). Marinus Proost. Het is toch treurig je ziet op de vischmarkt
niets dan vreemde menschen die nooit in
de vischhandel zijn geweest Groenten ven-
ters bloemen koopliu: ijscomannetjes brand=
stofventers sommige hun vrouwen van deze
nieuw bakken koopliu hebben ook nog toe-
wijzingen voor Garnaalen en de ouve of
effectieven venter staan te kankeren over de
ongelijke verdeeling van de verdeelingsch
commissie wat mij treft ik zal u na
deze niet meer lastig [vallen?] maar daarom leg
ik mij er nog niet bijneer ik ben visventer
van af 1906 u heb dus met een ouve rat te
doen dat ik een tijd lang aan een slepende
ziekte heb geleden is niet mijn schuld als het
u maar niet te veel moeite om de Gem:
Geneeskundige dienst op te bellen zal u ge-
waar worden dat ik u niets wijs maak
indien ik dus niet spoedig antwoord
krijg wel nu er zijn nog andere instanties
dan de verdeelingsch commissie in de
hoop op een betere behandeling
Marinus Proost Urechtsche dw: str: 88
Centrum
Vergunninghouder Q. 130 Serie 30
Centrum
marktkaarthouder
1002 Register No. 1265 * Inhoud: De schrijver, Marinus Proost, uit zijn diepe frustratie over de gang van zaken op de vismarkt. Hij klaagt dat "nieuwbakken" kooplui (zoals groenteboeren, bloemenverkopers en zelfs brandstofventers) toewijzingen krijgen voor garnalen, terwijl ervaren ("effectieven") venters buiten de boot vallen.
* Toon: De brief is geschreven in een emotionele, verontwaardigde en licht dreigende toon. De auteur benadrukt zijn jarenlange ervaring ("ouve rat") sinds 1906 om zijn rechtmatigheid te onderbouwen.
* Gezondheid: Proost voert een "slepende ziekte" aan als reden voor een eventuele afwezigheid in het verleden, waarvoor hij de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GGD) als getuige aanhaalt. Dit suggereert dat zijn afwezigheid wellicht tegen hem is gebruikt bij de toewijzing van vergunningen of goederen.
* Taalgebruik: Het document bevat diverse fonetische spellingen en archaïsmen, zoals "koopliu" (kooplui), "ouve" (ouwe) en "verdeelingsch commissie". Het ontbreken van interpunctie versterkt de indruk van een in drift geschreven relaas. De brief lijkt te stammen uit de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog (of mogelijk de crisisjaren daarvoor), een tijd waarin schaarste heerste en de overheid via "verdeelingscommissies" de distributie van goederen en vergunningen strikt reguleerde. De "Urechtsche dw: str:" verwijst naar de Utrechtsedwarsstraat in Amsterdam. De vermelding van specifieke registratienummers (Vergunninghouder Q. 130, Register No. 1265) duidt op een officieel erkende status als marktkoopman, die de schrijver nu bedreigd ziet door buitenstaanders die de markt betreden.