Getypte brief (doorslag/afschrift) op blauwgrijs papier.
Origineel
Getypte brief (doorslag/afschrift) op blauwgrijs papier. 8 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt/Vischafslag Amsterdam). Afschrift.
verzonden w.g. [handgeschreven]
VB/HG.
den Heer J.v.d. Marsen,
O. Kerkelaan 67,
DIEMEN.
46A/306/1 II.
8 Juni 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U de op 27 Mei jl. aan U op den Vischafslag alhier toegewezen 40 kg. levende aal niet op Uw plaats aan de markt Dapperstraat heeft verkocht. U heeft zich derhalve niet gehouden aan het bepaalde in artikel 7 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941; ingevolge artikel 11 van dit besluit sluit ik U mitsdien uit voor 4 beurten van de verdeeling van zoetwatervisch, enz. op den afslag aan de Vischmarkt alhier.
De Directeur,
vervallen [groot handgeschreven diagonaal over de onderste helft] Deze brief is een officiële kennisgeving van een strafmaatregel tegen een visboer, de heer J.v.d. Marsen uit Diemen. Hem wordt ten laste gelegd dat hij 40 kilogram levende paling, die hij via de officiële veiling (de Vischafslag) had verkregen, niet heeft verkocht op zijn aangewezen standplaats op de Dappermarkt in Amsterdam.
De brief specificeert de juridische grondslag voor de straf: overtreding van artikel 7 van het 'Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941'. Als sanctie wordt hij, op basis van artikel 11 van ditzelfde besluit, voor vier opeenvolgende veilingbeurten uitgesloten van de toewijzing van zoetwatervis.
De grote handgeschreven tekst "vervallen" duidt erop dat deze specifieke beslissing of dit afschrift later ongeldig is verklaard, mogelijk na een bezwaarschrift of een administratieve correctie. De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat gebruikelijk is op kopieën om aan te geven dat het origineel door de directeur was ondertekend. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties om schaarste te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan.
Het 'Visscherijbesluit 1941' maakte deel uit van een reeks distributiemaatregelen. Handelaren waren verplicht hun ingekochte waren via de officiële kanalen (zoals de markt) aan de consument aan te bieden. Het niet verkopen op de toegewezen plek wekte de verdenking van illegale handel ('buiten de bon om' of tegen woekerprijzen). De straf – uitsluiting van de afslag – was een zware sanctie, omdat de handelaar daardoor tijdelijk zijn bron van inkomsten verloor. De Dapperstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van Amsterdam. O. Kerkelaan
Samenvatting
Deze brief is een officiële kennisgeving van een strafmaatregel tegen een visboer, de heer J.v.d. Marsen uit Diemen. Hem wordt ten laste gelegd dat hij 40 kilogram levende paling, die hij via de officiële veiling (de Vischafslag) had verkregen, niet heeft verkocht op zijn aangewezen standplaats op de Dappermarkt in Amsterdam.
De brief specificeert de juridische grondslag voor de straf: overtreding van artikel 7 van het 'Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941'. Als sanctie wordt hij, op basis van artikel 11 van ditzelfde besluit, voor vier opeenvolgende veilingbeurten uitgesloten van de toewijzing van zoetwatervis.
De grote handgeschreven tekst "vervallen" duidt erop dat deze specifieke beslissing of dit afschrift later ongeldig is verklaard, mogelijk na een bezwaarschrift of een administratieve correctie. De afkorting "w.g." staat voor "was getekend", wat gebruikelijk is op kopieën om aan te geven dat het origineel door de directeur was ondertekend.
Historische Context
Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties om schaarste te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan.
Het 'Visscherijbesluit 1941' maakte deel uit van een reeks distributiemaatregelen. Handelaren waren verplicht hun ingekochte waren via de officiële kanalen (zoals de markt) aan de consument aan te bieden. Het niet verkopen op de toegewezen plek wekte de verdenking van illegale handel ('buiten de bon om' of tegen woekerprijzen). De straf – uitsluiting van de afslag – was een zware sanctie, omdat de handelaar daardoor tijdelijk zijn bron van inkomsten verloor. De Dapperstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van Amsterdam.