Handgeschreven verweerschrift/bezwaarschrift.
Origineel
Handgeschreven verweerschrift/bezwaarschrift. 15 juni 1942. Nº 46$^a$/309/22 M. 1942 $^{12}$/$_{6}$
Zutphen 15 Juni ’42
No 46 A / 309 / S.M.
Heden tijdens mijn Vacantie Uw
brief ontvangen over mij toewijzing
dat ik voor vier beurten ben uitgesloten
Daar bij breng ik U dank en Hulde
Maar tot mijn spijt voor U moet ik
deze hulde en dank van heel weinig
waarde beschouwen.
Daar ik Uw om mijn verkoop van aal
kan bewijzen dat ik mijn toewijzing
nog nooit anders als op voorschriften heb
verkocht.
Ik moet U echter schrijven dat ik deze
aal die U bedoelt echter op den markt
is verkocht. U kunt daar over navraag
doen bij de Heer H Wichman
en Bouwman. Bijden Controleurs van
den Prijsbeheersing Emmastraat Amsterdam
Ik heb deze aal laten rooken en
ze den 20 Mei om 4 uur op
de markt verkocht te Albertcuijp.
Hopende dat U mij deze valsche beschul-
digin in zal trekken en mijn te kort De schrijver van deze brief, een handelaar, reageert fel op een sanctie waarbij hij voor "vier beurten" (waarschijnlijk marktdagen of veilingrondes) is uitgesloten van de goederentoewijzing. De toon is in eerste instantie cynisch ("dank en Hulde"), maar slaat snel om naar verontwaardiging. De kern van het conflict draait om de verkoop van aal (paling).
De afzender betoogt dat de verkoop van de gerookte aal op 20 mei op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam volledig volgens de voorschriften is verlopen. Als bewijs voert hij twee getuigen op: de heren Wichman en Bouwman, die als controleurs van de "Prijsbeheersing" (gevestigd aan de Emmastraat in Amsterdam) bij de verkoop aanwezig waren of hiervan op de hoogte zijn. Hij bestempelt de aanklacht als een "valsche beschuldiging" en eist intrekking van de maatregel. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode heerste er grote schaarste en was er een strikt regime van distributie en prijsbeheersing om de zwarte handel in te dammen. De Dienst van de Prijsbeheersing hield nauwgezet toezicht op de maximumprijzen van levensmiddelen zoals vis en vlees.
Handelaren die zich niet aan de prijzen of de administratieve regels hielden, konden rekenen op zware sancties, zoals het intrekken van hun vergunning of tijdelijke uitsluiting van de handel ("beurten"). De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een cruciaal handelspunt in Amsterdam. Deze brief illustreert de spanningen tussen de controlerende instanties en kleine zelfstandigen die onder de druk van de oorlogseconomie probeerden te overleven.
Samenvatting
De schrijver van deze brief, een handelaar, reageert fel op een sanctie waarbij hij voor "vier beurten" (waarschijnlijk marktdagen of veilingrondes) is uitgesloten van de goederentoewijzing. De toon is in eerste instantie cynisch ("dank en Hulde"), maar slaat snel om naar verontwaardiging. De kern van het conflict draait om de verkoop van aal (paling).
De afzender betoogt dat de verkoop van de gerookte aal op 20 mei op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam volledig volgens de voorschriften is verlopen. Als bewijs voert hij twee getuigen op: de heren Wichman en Bouwman, die als controleurs van de "Prijsbeheersing" (gevestigd aan de Emmastraat in Amsterdam) bij de verkoop aanwezig waren of hiervan op de hoogte zijn. Hij bestempelt de aanklacht als een "valsche beschuldiging" en eist intrekking van de maatregel.
Historische Context
Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode heerste er grote schaarste en was er een strikt regime van distributie en prijsbeheersing om de zwarte handel in te dammen. De Dienst van de Prijsbeheersing hield nauwgezet toezicht op de maximumprijzen van levensmiddelen zoals vis en vlees.
Handelaren die zich niet aan de prijzen of de administratieve regels hielden, konden rekenen op zware sancties, zoals het intrekken van hun vergunning of tijdelijke uitsluiting van de handel ("beurten"). De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een cruciaal handelspunt in Amsterdam. Deze brief illustreert de spanningen tussen de controlerende instanties en kleine zelfstandigen die onder de druk van de oorlogseconomie probeerden te overleven.