Archief 745
Inventaris 745-382
Pagina 423
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële kennisgeving (doorslag van een brief).

10 juni 1942. Van: De Directeur van de Vischmarkt/Vischafslag Amsterdam. Aan: Den Heer S.C. Marinus, Noordermarkt 6 II, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Officiële kennisgeving (doorslag van een brief). 10 juni 1942. De Directeur van de Vischmarkt/Vischafslag Amsterdam. Den Heer S.C. Marinus, Noordermarkt 6 II, Amsterdam-Centrum. [Getypte tekst]

HB.

den Heer S.C. Marinus,
Noordermarkt 6 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.

46A/318/5 M.
10 Juni 1942.

Mij is gerapporteerd, dat U de in de week van 25 tot 30 Mei
j.l. aan U op den Vischafslag alhier toegewezen visch niet op Uw
plaats aan de markt Lindengracht heeft verkocht. U heeft zich der-
halve niet gehouden aan het bepaalde in artikel 7 van het Tweede
Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941; ingevolge artikel
11, van dit besluit sluit ik U mitsdien voor onbepaalden tijd van de
verdeeling van visch op den afslag aan de Vischmarkt alhier uit.

De Directeur,
[Rode paraaf/teken]

[Handgeschreven tekst onderaan]

Uitsluiting Marinus
berust op een mis-
verstand.
M. verkoopt niet
op markt, doch uit
zaak.
11-6-42
de Haan [?] Dit document is een formele strafmaatregel gericht aan een vishandelaar tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de beschuldiging is dat S.C. Marinus vis die hem was toegewezen niet op zijn reglementaire standplaats aan de Lindengracht heeft verkocht. Dit werd gezien als een overtreding van de distributieregels (Visscherijbesluit 1941), wat resulteerde in een uitsluiting van de visverdeling voor onbepaalde tijd. Het woord "onbepaalden" is met rood onderstreept om de ernst te benadrukken.

Interessant is de handgeschreven kanttekening van een dag later (11-06-1942). Hierin wordt gesteld dat de uitsluiting op een misverstand berust: Marinus zou niet op de markt verkopen, maar vanuit een "zaak" (winkelpand). Dit suggereert een administratieve fout waarbij een winkelier ten onrechte als marktkramer werd beoordeeld, of een verwarring over de vergunde verkooplocatie. Tijdens de bezettingsjaren (1940-1945) was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Vis was een schaars goed en de handel werd nauwgezet gecontroleerd door de overheid om zwarte handel te voorkomen en een eerlijke verdeling te waarborgen. Het 'Visscherijbesluit 1941' was een instrument van de bezetter en de Nederlandse departementen om grip te houden op de gehele keten, van vangst tot consument.

De locaties die in de brief genoemd worden (Noordermarkt, Lindengracht) liggen in de Jordaan, een wijk in Amsterdam waar van oudsher veel markthandel plaatsvond. Een uitsluiting van de visafslag betekende voor een handelaar in die tijd feitelijk een beroepsverbod en het wegvallen van het inkomen, wat de noodzaak voor de snelle handgeschreven correctie verklaart.

Samenvatting

Dit document is een formele strafmaatregel gericht aan een vishandelaar tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de beschuldiging is dat S.C. Marinus vis die hem was toegewezen niet op zijn reglementaire standplaats aan de Lindengracht heeft verkocht. Dit werd gezien als een overtreding van de distributieregels (Visscherijbesluit 1941), wat resulteerde in een uitsluiting van de visverdeling voor onbepaalde tijd. Het woord "onbepaalden" is met rood onderstreept om de ernst te benadrukken.

Interessant is de handgeschreven kanttekening van een dag later (11-06-1942). Hierin wordt gesteld dat de uitsluiting op een misverstand berust: Marinus zou niet op de markt verkopen, maar vanuit een "zaak" (winkelpand). Dit suggereert een administratieve fout waarbij een winkelier ten onrechte als marktkramer werd beoordeeld, of een verwarring over de vergunde verkooplocatie.

Historische Context

Tijdens de bezettingsjaren (1940-1945) was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Vis was een schaars goed en de handel werd nauwgezet gecontroleerd door de overheid om zwarte handel te voorkomen en een eerlijke verdeling te waarborgen. Het 'Visscherijbesluit 1941' was een instrument van de bezetter en de Nederlandse departementen om grip te houden op de gehele keten, van vangst tot consument.

De locaties die in de brief genoemd worden (Noordermarkt, Lindengracht) liggen in de Jordaan, een wijk in Amsterdam waar van oudsher veel markthandel plaatsvond. Een uitsluiting van de visafslag betekende voor een handelaar in die tijd feitelijk een beroepsverbod en het wegvallen van het inkomen, wat de noodzaak voor de snelle handgeschreven correctie verklaart.

Kooplieden in dit dossier 100

Willem Wit (46 jaar) Waterlooplein "
50) en J. Bergmans (f 1 Zwanenburgwal "
J.J. Korff (Middelweg 53a Waterlooplein "
BH 54 Nieuwmarkt "
BH 55 Waterlooplein "
BH 58 Waterlooplein "
BH 66 Waterlooplein "
BH 67 Waterlooplein "
heeft personeelsnummer 68 Zwanenburgwal "
BH 69 Waterlooplein "
BH 70 Waterlooplein "
BH 71 Waterlooplein "
BH 72 Waterlooplein "
BH 73 Waterlooplein "
76 jaar) Nieuwmarkt "
geb. 07-02-1878). Waterlooplein "
geboren 1879. Waterlooplein "
BH 80 Waterlooplein "
K. Schuitema Waterlooplein "
BH 82 Waterlooplein "
Waterlooplein 84 (Koopman) Zwanenburgwal "
geb. 1926) Waterlooplein "
A. Jansen (Lindenstraat 93 Waterlooplein "
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6