Archiefdocument
Origineel
24 juni 1942. Johannes Cornelis Haan, Willemstraat 47, Amsterdam. No 46a/318/15 M. 1942 26/6
Amsterdam, 24 Juni 1942.
Mr.
Ondergetekende Johannes Cornelis
Haan wonende Willemstraat 47
zou u gaarne een verzoek doen om
opheffing van zijn voorlopige schorsing
daar ik nu al omtrent 3 weken
ben uitgesloten van het in aanmerking
komen van aal.
Mijn heer het is een vergissing geweest
van de marktmeester want de
andere marktmeester heeft mij wel
gezien op de markt aan de Lindengracht
ik ben naar mijn heer Wolf geweest
en die zou u daar over opbellen.
maar dat is al 14 dagen en nog hoor
ik er niets over, Nu hoop ik dat
u mij en mijn gezin niet langer
dupeert, dan zal ik in ’t vervolg
zelf ook mij regelmatig melden
bij de marktmeester.
Tevens wou ik u vragen ook een toewijzing
van u te krijgen voor gerookte aal, daar ik
z. o. z. 46A
oud nr. * Inhoud: De schrijver, Johannes Cornelis Haan, verzoekt de instanties om een einde te maken aan zijn drie weken durende schorsing. Door deze schorsing krijgt hij geen toewijzing meer voor aal (paling), wat zijn broodwinning als vishandelaar direct raakt. Hij voert aan dat de schorsing op een misverstand berust: één marktmeester zou hem niet hebben gezien, terwijl een andere marktmeester hem wel op zijn plek op de markt (Lindengracht) heeft waargenomen.
* Toon: De brief is enerzijds formeel ("ondergetekende", "dupeert"), maar toont ook de wanhoop van een kleine ondernemer die zijn gezin moet onderhouden. Er is sprake van een zekere frustratie over de bureaucratie ("al 14 dagen en nog hoor ik er niets over").
* Taalgebruik: De schrijver wisselt tussen de derde persoon ("ondergetekende") en de eerste persoon ("ik"), wat vaker voorkomt bij mensen die niet gewend zijn officiële brieven te schrijven maar wel hun best doen een formele toon aan te slaan.
* Locatie: De Willemstraat en de Lindengracht liggen beide in de Jordaan in Amsterdam, van oudsher een buurt met veel straathandel. * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 24 juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een streng distributiesysteem. Handelaren waren voor hun voorraad volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen".
* Regulering: Marktkooplieden stonden onder streng toezicht van marktmeesters. Afwezigheid zonder geldige reden of het niet nakomen van administratieve regels kon leiden tot uitsluiting van distributie. Voor een palinghandelaar betekende het niet krijgen van een "toewijzing van aal" feitelijk een beroepsverbod.
* Persoon: Gezien het adres in de Jordaan en de aard van de handel, betreft dit een typisch Amsterdams dossier uit de oorlogsjaren, waarin de dagelijkse strijd om het bestaan en de afhankelijkheid van ambtenaren (zoals de genoemde heer Wolf) centraal staan. De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan suggereert dat de brief op de achterkant van het origineel doorloopt.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, Johannes Cornelis Haan, verzoekt de instanties om een einde te maken aan zijn drie weken durende schorsing. Door deze schorsing krijgt hij geen toewijzing meer voor aal (paling), wat zijn broodwinning als vishandelaar direct raakt. Hij voert aan dat de schorsing op een misverstand berust: één marktmeester zou hem niet hebben gezien, terwijl een andere marktmeester hem wel op zijn plek op de markt (Lindengracht) heeft waargenomen.
- Toon: De brief is enerzijds formeel ("ondergetekende", "dupeert"), maar toont ook de wanhoop van een kleine ondernemer die zijn gezin moet onderhouden. Er is sprake van een zekere frustratie over de bureaucratie ("al 14 dagen en nog hoor ik er niets over").
- Taalgebruik: De schrijver wisselt tussen de derde persoon ("ondergetekende") en de eerste persoon ("ik"), wat vaker voorkomt bij mensen die niet gewend zijn officiële brieven te schrijven maar wel hun best doen een formele toon aan te slaan.
- Locatie: De Willemstraat en de Lindengracht liggen beide in de Jordaan in Amsterdam, van oudsher een buurt met veel straathandel.
Historische Context
- Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 24 juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een streng distributiesysteem. Handelaren waren voor hun voorraad volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen".
- Regulering: Marktkooplieden stonden onder streng toezicht van marktmeesters. Afwezigheid zonder geldige reden of het niet nakomen van administratieve regels kon leiden tot uitsluiting van distributie. Voor een palinghandelaar betekende het niet krijgen van een "toewijzing van aal" feitelijk een beroepsverbod.
- Persoon: Gezien het adres in de Jordaan en de aard van de handel, betreft dit een typisch Amsterdams dossier uit de oorlogsjaren, waarin de dagelijkse strijd om het bestaan en de afhankelijkheid van ambtenaren (zoals de genoemde heer Wolf) centraal staan. De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan suggereert dat de brief op de achterkant van het origineel doorloopt.