Getypte officiële brief met handgeschreven kanttekeningen en handtekening.
Origineel
Getypte officiële brief met handgeschreven kanttekeningen en handtekening. 9 juni 1942 (verzonden 10 juni 1942). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt/Afslag Amsterdam). [Handgeschreven in blauw potlood bovenaan:] verzonden 10/6
[Rechtsboven:] HB.
Mejuffrouw C. Dijst Hartman,
Violettenstraat 10 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
46A/321/a M.
9 Juni 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U de in de week van 26 Mei tot 2 Juni j.l. aan U op den Vischafslag alhier toegewezen visch slechts eenmaal namelijk op 31 Mei j.l. op Uw plaats op de markt Lindengracht heeft verkocht. U heeft zich derhalve niet gehouden aan het bepaalde in artikel 7 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941; ingevolge artikel 11 van dit besluit sluit ik U mitsdien voor onbepaalden tijd van de verdeeling van visch op den afslag aan de Vischmarkt alhier uit.
De Directeur,
[Handtekening: WWaller?] Deze brief is een formeel bericht van een sanctie opgelegd aan een markthandelaarster in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mejuffrouw C. Dijst Hartman wordt ervan beschuldigd de haar toegewezen vis niet volgens de regels te hebben verkocht. In plaats van regelmatig op haar marktplaats aan de Lindengracht te staan, heeft zij in de betreffende week slechts één dag vis verkocht.
De consequentie is zeer zwaar: uitsluiting voor onbepaalde tijd van de visafslag. In een tijd van schaarste betekende dit effectief een beroepsverbod of het einde van haar nering, aangezien er buiten de officiële afslag om nauwelijks legale handel mogelijk was. De toon is zakelijk en onverbiddelijk, steunend op specifieke artikelen uit het "Visscherijbesluit 1941". Het document dateert uit juni 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Om de voedselvoorziening te controleren en de zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter (en de meewerkende Nederlandse bureaucratie) strikte distributieregels op.
Het "Visscherijbesluit 1941" was een instrument van de distributiepolitiek. Handelaren kregen een quotum toegewezen dat zij op vaste tijden en plaatsen moesten verkopen tegen vastgestelde prijzen. Door de schaarste was er een sterke verleiding om goederen "onder de toonbank" of op de zwarte markt te verkopen tegen hogere prijzen. De controleurs letten er dan ook scherp op of handelaren daadwerkelijk op hun plek stonden.
De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende marktlocatie. De straf—uitsluiting van de afslag—was een veelgebruikt pressiemiddel om handelaren in het gareel te houden binnen de gecontroleerde oorlogseconomie. De handgeschreven notitie "verzonden 10/6" wijst op de administratieve verwerking door de verzendende instantie.