Handgeschreven verslag of brief (pagina 3).
Origineel
Handgeschreven verslag of brief (pagina 3). 3/
moest ik het direkt aanprijzen voor 23 cent
per 100 gram en dat deed ik ook direkt Ja!
toen vlogen zij weg. En de strop wier nog
grooter, daar de Bediende dien ik de orders
opgegeven had op Prinsengracht No 42 hij
de pakjes filistal moest aanprijzen voor
100 centen per 100 gram, Ik gaf hem dan ook 20
pakjes en zei tegen hem; hier Jan, heb jij er vast
20 en verkoop jij die nu maar die snuggere
had mijn verkeerd verstaan want er kwam een
klant van 42 naar 228 vragen of zij nog
2 pakjes kon krijgen van 20 cent En zij mijn be-
diende op 228. van 20 cent Juffrouw? hoe komt U
daarbij?! 'Wel die andere winkel heb ik ze ook gehad!
Nou maar hier krijgt U ze niet!' Toen ik zelf thuis
kwam van zaken buiten deur doen. Zij mijn bediende
van 228, Baas, gaat U even naar Jan! want zo en
zo; dus ik erheen! 'Wel Jan, voor hoeveel heb jij
die pakjes verkocht? O. Baas! die ben ik allang kwijt
stuurt U mijn alles maar hier! 20-20.' maar voor
hoeveel!! 'Voor 20 ct per pakje!' Jonge ben jij nou
gek geworden; begrijp jij dat nou zelf niet eens dat
dat niet kan! En nu volgde hier ruzie: hij hield
vol ik dat gezegd had! Nu begrijp ik dat wel!
Daar ik een paar keer gezegd had Jan hier zijn nu
20 pakjes dan kan jij voort; heb hij 20 in zijn kop! * Handschrift: Het handschrift is een vlot, hellend cursief. Het is over het algemeen goed leesbaar, hoewel sommige verbindingen archaïsch zijn.
* Taalgebruik: Het document bevat typisch oud-Nederlandse spelling en zinsconstructies, zoals "wier" voor "werd", "dien" voor "aan wie", en "buiten deur doen" voor werkzaamheden buitenshuis. De interpunctie is expressief, met veel uitroeptekens om de frustratie van de schrijver te benadrukken.
* Kern van het verhaal: De auteur vertelt over een communicatiefout. Hij gaf Jan (een bediende in het filiaal op Prinsengracht 42) 20 pakjes die voor 100 cent per stuk verkocht moesten worden. Jan begreep het getal "20" echter als de prijs. Wanneer een klant bij het andere filiaal (No. 228) om meer pakjes van 20 cent vraagt, komt de fout aan het licht. De auteur confronteert Jan, die bij hoog en laag volhoudt dat de baas "20" heeft gezegd. Dit fragment biedt een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de detailhandel in de stad (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de Prinsengracht). Het toont de hiërarchie tussen de "Baas" en de "Bediende" en de uitdagingen van het beheren van meerdere winkelpanden in een tijd waarin communicatie direct en mondeling verliep. De term "fili stal" (of filistal) verwijst mogelijk naar een specifiek product of merk uit die tijd dat per gewicht of in pakjes werd verkocht. O. Baas