Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 31 juli 1942. A f s c h r i f t .
No.46A/321/52 M.1942- W.E.H.
No.259 L.M.1942.
Ondergeteekende richt zich tot U met een beleefd, doch
vriendelijk verzoek. Ik ben sedert 1920 vischkoopman en
bezit alle benoodigde vergunningen daarvoor, heb ook een
vaste standplaats op de markt Lindengracht. Nu heb mij
het noodlot getroffen, dat de marktmeester mijn toewijzing
van 40 pond aal, die ik eerlijk aan de burgerbevolkinh
heb uitverkocht, voor de vastgestelde prijs, niet op de
lijst heb gezet, als contröle , dat ik geweest ben.
Ik zweer U als jordaansche jongen, dat ik altijd eerlijk
mijn brood, voor mijn vrouw en drie kinderen tracht te
verdienen, maar thans is mijn toewijzing voorloopig inge-
trokken. Al zoo doende vraag ik U beleefd Uw medewerking
weder op de lijst geplaatst te worden.
Hoogachtend,
w.g. Tj.G.J.Vrees,
Willemstraat 59 II
Amsterdam-C.
De Wethouder voor de Levensmiddelen.
Wasch-en Schoonmaak, Bad-en Zweminrichtingen
stelt deze in handen van den Heer Directeur
van het Marktwezen om advies.
A'dam, 31 Juli 1942, Dit document is een ambtelijk afschrift van een verzoekschrift geschreven door Tj. G. J. Vrees, een Amsterdamse viskoopman. Vrees beklaagt zich over een administratieve fout van de marktmeester op de Lindengracht. Hoewel hij zijn toegewezen 40 pond aal correct heeft verkocht aan de bevolking tegen de vastgestelde prijzen, is hij door de marktmeester niet geregistreerd als zijnde aanwezig ("als contröle").
Hierdoor is zijn recht op toekomstige toewijzingen (bevoorrading) voorlopig ingetrokken. Vrees benadrukt zijn lange staat van dienst (sinds 1920) en zijn eerlijkheid als "jordaansche jongen" om de wethouder te overtuigen de sanctie ongedaan te maken, aangezien hij een gezin met drie kinderen moet onderhouden. Onderaan de brief staat een ambtelijke krabbel waaruit blijkt dat de Wethouder voor de Levensmiddelen de zaak voor advies heeft doorgeleid naar de Directeur van het Marktwezen. De brief dateert uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en schaarste. Voedsel, waaronder vis, werd via "toewijzingen" aan handelaren verstrekt om een eerlijke verdeling onder de burgerbevolking te waarborgen en zwarte handel tegen te gaan.
Controleurs en marktmeesters hielden streng toezicht op de naleving van de regels. Een administratieve fout of het niet geregistreerd staan op een controlelijst kon direct leiden tot het stopzetten van de bevoorrading, wat voor een kleine zelfstandige zoals Vrees rampzalige financiële gevolgen had. De term "jordaansche jongen" is hierbij een sociaal-culturele referentie naar de Jordaan, een wijk die destijds bekend stond om zijn eigen identiteit, loyaliteit en soms moeizame relatie met autoriteiten.