Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 128
Dossier 107
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

10 en 11 september 1942.

Origineel

10 en 11 september 1942. [Bovenzijde, in zwarte inkt:]
Kan m.i. als afgedaan worden beschouwd
Breuker neemt weer geregeld plaats in.
10 - 9 - '42
deHaer

[Onderzijde, in bruinrode inkt:]
Heeft Breuker thans opdracht van N.V.C. om
zijn toewijzingen op afslag geheel in Amsterdam
te verkoopen? Informeren - Ze heeft vroeger toch
ook steeds visch in Amsterdam
verkocht?
v.g.
11 - 9 - '42 Het document bevat twee korte administratieve aantekeningen. De eerste notitie (10 september) suggereert dat een dossier gesloten kan worden omdat "Breuker" zijn normale werkzaamheden of positie weer heeft hervat.

De tweede notitie (11 september) is een vervolgvraag of een nieuwe instructie. Hierin wordt gevraagd of Breuker van de N.V.C. de opdracht heeft gekregen om zijn toegewezen visquota volledig via de afslag in Amsterdam te verhandelen. De schrijver merkt op dat dit vroeger ook al de praktijk was ("Ze heeft vroeger toch ook steeds visch in Amsterdam verkocht?") en geeft de instructie om dit te verifiëren ("Informeren"). De afkorting "m.i." in de eerste regel staat voor "mijns inziens". Deze notities dateren uit september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde N.V.C. is de Nederlandsche Visscherij Centrale, een organisatie die door de bezetter werd opgericht om de gehele visserijsector strak te reguleren.

Tijdens de oorlogsjaren was de distributie van voedsel, waaronder vis, onderworpen aan strikte overheidscontroles om de zwarte markt tegen te gaan en de bevoorrading (ook richting Duitsland) te garanderen. Handelaren kregen specifieke "toewijzingen" (quota) en waren gebonden aan bepaalde afslagen voor de verkoop. Dit document illustreert het ambtelijke toezicht op individuele visbehandelaren of rederijen en de bureaucratische controle op de naleving van de distributievoorschriften in die periode.

Samenvatting

Het document bevat twee korte administratieve aantekeningen. De eerste notitie (10 september) suggereert dat een dossier gesloten kan worden omdat "Breuker" zijn normale werkzaamheden of positie weer heeft hervat.

De tweede notitie (11 september) is een vervolgvraag of een nieuwe instructie. Hierin wordt gevraagd of Breuker van de N.V.C. de opdracht heeft gekregen om zijn toegewezen visquota volledig via de afslag in Amsterdam te verhandelen. De schrijver merkt op dat dit vroeger ook al de praktijk was ("Ze heeft vroeger toch ook steeds visch in Amsterdam verkocht?") en geeft de instructie om dit te verifiëren ("Informeren"). De afkorting "m.i." in de eerste regel staat voor "mijns inziens".

Historische Context

Deze notities dateren uit september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde N.V.C. is de Nederlandsche Visscherij Centrale, een organisatie die door de bezetter werd opgericht om de gehele visserijsector strak te reguleren.

Tijdens de oorlogsjaren was de distributie van voedsel, waaronder vis, onderworpen aan strikte overheidscontroles om de zwarte markt tegen te gaan en de bevoorrading (ook richting Duitsland) te garanderen. Handelaren kregen specifieke "toewijzingen" (quota) en waren gebonden aan bepaalde afslagen voor de verkoop. Dit document illustreert het ambtelijke toezicht op individuele visbehandelaren of rederijen en de bureaucratische controle op de naleving van de distributievoorschriften in die periode.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6