Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 181
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (kopie) met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

19 October 1942. Van: De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Aan: De Directie van de Nederlandsche Visscherij Centrale, Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage.

Origineel

Getypte brief (kopie) met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 19 October 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). De Directie van de Nederlandsche Visscherij Centrale, Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. [Stempel linksboven:] Nº 46a/321/g 2 a M. 1942 20/10
[Handgeschreven in potlood:] betreft straf v Schilder
[Handgeschreven:] L.M. 259 -1942-

[Handgeschreven rechtsboven:] Markten 229

Aan de Directie van de
Nederlandsche Visscherij Centrale,
's-G R A V E N H A G E
Adelheidstraat 300.-

[Handgeschreven over de adressering:] m/Dir [paraaf] Kopie der

19 October 1942.

Naar aanleiding van Uw schrijven van 28 September j.l., No.23540
V/Vij deel ik U mede, dat, indien vischhandelaren hier ter stede de
bepalingen van het 2de uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit
hebben overtreden, zij zonder aanzien des persoons door mij voor een
bepaalden of voor onbepaalden tijd van de vischverdeeling worden uit-
gesloten, al naar gelang den ernst van het gepleegde feit.
De omstandigheid, dat de eene overtreding iets vroeger dan de
andere is gepleegd, mag m.i. op den correctiemaatregel geen invloed
hebben, aangezien het zeer wel denkbaar is, dat er omstandigheden zijn
die de behandeling van zaken vertragend beinvloeden. Schilder was
eenigen tijd met vacantie, zoodat hij op eenige oproepingen geen gehoor
gaf. Het zal toch ook in Justitieele zaken niet voorkomen, dat de
straf door vacantie van een delinquent zou worden kwijtgescholden.
Ik acht het dan ook, zoowel uit een oogpunt van billijkheid te-
genover andere wèl gestrafte overtreders, als uit utiliteits overwegingen
van groot belang, dat er geen verschil wordt gemaakt in de behande-
ling van de overtreders en blijf het daarom op prijs stellen, indien U
Schilder alsnog een correctie zoudt willen toedienen.

vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris (get.) J. F. FRANKEN

[Handgeschreven rechtsonder:] ut A
[Handgeschreven linksonder:] 77 gr In deze brief dringt de burgemeester van Amsterdam er bij de Visscherij Centrale op aan om een visboer genaamd Schilder alsnog te straffen voor het overtreden van het Visscherijbesluit. Schilder had eerder de dans ontsprongen omdat hij op vakantie was toen hij werd opgeroepen. De burgemeester stelt resoluut dat vakantie geen reden mag zijn voor straffeloosheid ("kwijtschelding").

De argumentatie van de burgemeester rust op twee pijlers:
1. Billijkheid: Het is niet eerlijk tegenover andere handelaren die wel gestraft zijn.
2. Utiliteit: Voor de effectiviteit van de regelgeving is het essentieel dat iedereen gelijk behandeld wordt.

De burgemeester geeft aan dat overtreders, afhankelijk van de ernst van het feit, tijdelijk of permanent kunnen worden uitgesloten van de visverdeling. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde burgemeester, Edward Voûte, was een collaborerend bestuurder die door de bezetter was aangesteld.

Tijdens de oorlog was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een systeem van distributie en centrale instanties zoals de "Nederlandsche Visscherij Centrale". In een tijd van schaarste was controle over de "vischverdeeling" een machtig instrument om de handel te beheersen en zwarte handel tegen te gaan. De strenge toon in de brief weerspiegelt de bureaucratische discipline en de harde hand van het bezettingsbestuur, waarbij zelfs kleine overtredingen door individuele handelaren hoog werden opgenomen om het systeem van gecontroleerde economie in stand te houden.

Samenvatting

In deze brief dringt de burgemeester van Amsterdam er bij de Visscherij Centrale op aan om een visboer genaamd Schilder alsnog te straffen voor het overtreden van het Visscherijbesluit. Schilder had eerder de dans ontsprongen omdat hij op vakantie was toen hij werd opgeroepen. De burgemeester stelt resoluut dat vakantie geen reden mag zijn voor straffeloosheid ("kwijtschelding").

De argumentatie van de burgemeester rust op twee pijlers:
1. Billijkheid: Het is niet eerlijk tegenover andere handelaren die wel gestraft zijn.
2. Utiliteit: Voor de effectiviteit van de regelgeving is het essentieel dat iedereen gelijk behandeld wordt.

De burgemeester geeft aan dat overtreders, afhankelijk van de ernst van het feit, tijdelijk of permanent kunnen worden uitgesloten van de visverdeling.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde burgemeester, Edward Voûte, was een collaborerend bestuurder die door de bezetter was aangesteld.

Tijdens de oorlog was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een systeem van distributie en centrale instanties zoals de "Nederlandsche Visscherij Centrale". In een tijd van schaarste was controle over de "vischverdeeling" een machtig instrument om de handel te beheersen en zwarte handel tegen te gaan. De strenge toon in de brief weerspiegelt de bureaucratische discipline en de harde hand van het bezettingsbestuur, waarbij zelfs kleine overtredingen door individuele handelaren hoog werden opgenomen om het systeem van gecontroleerde economie in stand te houden.

Gerelateerde Documenten 6