Afschrift van een politierapport.
Origineel
Afschrift van een politierapport. Politie Amsterdam
bureau Stadhouderskade.
Afschrift rapport van Zondag 20 September 1942.
Te 11 uur brengt a.p. Gill (4645) vanuit de 1ste van der Helststraat 3 personen die op een bakfiets een mand , welke overdekt was met zakken, vervoerden. In die mand bleken een groot aantal pakken aanwezig te zijn inhoudende versche visch. ( snoekbaars, baars en kolblei). Die personen zijn genaamd Berend ten Hoeve, geb. 28-3-1907 te Aarlanderveen,vischhandelaar, woont Alb. Cuypstraat 167-III; Petrus Jacobus Michilsen, geb.27-9-1910 te den Helder, vischkoopman, woont Alb. Cuypstraat 169 hs., en Antonius Couwenberg, geb.22-7-1915 alhier , woont Alb. Cuypstraat 148-III.
Ten Hoeve verklaarde dat de visch zijn eigendom was; dat hij ze op Zaterdag- en Zondagmorgen j-l. buiten de veiling om gekocht had van personen die hij niet van naam kende, en dat hij de visch aan zijn vaste klanten wilde uitventen. De snoekbaars had hij ingekocht tegen den z.g. zwarthandelprijs van F.1.25 per pond; de baars tegen F.0.60 per pond en de kolblei tegen F.0.40 per pond,en wide hij zelf ook de visch tegen abnormaal hoogen prijs verkoopen.
In overleg met den heer Jongbloed, cassier aan de Gemeente vischafslag de Ruyterkade, is de visch verkocht aan het politiepersoneel van dit bureau. Er was 54 pond snoekbaars, 33 pond baars en 18 pond kolblei. De snoekbaars is verkocht tegen 43 cent per pond, de baars tegen 27 cent per pond en de kolblei tegen 22 cent per pond.
Het ontvangen bedrag groot F.36.09 wordt op Maandag 21 September des middags aan den ~~her+P+~~ heer Jongbloed aan de vischafslag de Ruyterkade afgedragen met afschrift rapport.
Contra B. ten Hoeve wordt p.v.b. opgemaakt terzake overtreding Visscherijbesluit- art. 2 van de 2 de Uitvoering 1941.
De verdachten zijn na onderzoek heengezonden.
De brigadier van Politie
[handtekening onleesbaar] * Incident: Op zondag 20 september 1942 hield agent Gill drie mannen aan op de 1ste van der Helststraat in Amsterdam. Zij vervoerden een grote hoeveelheid verse vis op een bakfiets, verborgen onder zakken.
* Verdachten: Berend ten Hoeve (hoofdverdachte en viselaar), Petrus Michilsen en Antonius Couwenberg. Opvallend is dat zij allen in de Albert Cuypstraat woonden, destijds (en nu nog) een centrum van handel.
* Bekentenis: Ten Hoeve gaf toe de vis "buiten de veiling om" te hebben gekocht tegen zwarte-marktprijzen, met de intentie deze voor nog hogere prijzen door te verkopen aan zijn klanten.
* Afhandeling van de waar: De in beslag genomen vis (snoekbaars, baars en kolblei) werd niet vernietigd, maar tegen de officiële (veel lagere) prijzen verkocht aan het eigen personeel van het politiebureau. De opbrengst (36,09 gulden) werd afgedragen aan de Gemeente visafslag.
* Juridische gevolgen: Er werd proces-verbaal opgemaakt tegen Ten Hoeve voor het overtreden van het Visscherijbesluit van 1941. De verdachten werden na verhoor vrijgelaten. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de "zwarte handel" tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de schaarste en de strenge distributieregels (bonkaarten) ontstond er een levendige illegale handel in levensmiddelen.
Producten zoals vis moesten verplicht via officiële veilingen worden verhandeld tegen vastgestelde prijzen. Door de veiling te omzeilen, konden handelaren hogere winsten maken, maar dit werd door de bezetter en de Nederlandse politie streng gecontroleerd.
Een ironisch detail in dit rapport is dat de politie de in beslag genomen "illegale" vis zelf opkocht tegen de officiële lage prijzen. Dit illustreert dat ook de politie zelf te maken had met voedseltekorten en profiteerde van de inbeslagnames om het eigen personeel van extra voedsel te voorzien. Het Visscherijbesluit van 1941 was een van de vele economische verordeningen die bedoeld waren om de totale controle over de voedselvoorziening te behouden. Politie