Officiële kennisgeving/brief van een overheidsinstantie.
Origineel
Officiële kennisgeving/brief van een overheidsinstantie. 25 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van een distributie- of marktdienst). Den Heer W. Zalmstra, Pieter Nieuwlandstraat 3 II, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven in rood/bruin linksboven:]
Verzonden 25/9
[Handgeschreven in potlood/inkt middenboven:]
Insp.
Verbal.
Verz.
[Getypt rechtsboven:]
VD/HG.
[Adresblok:]
den Heer W. Zalmstra,
Pieter Nieuwlandstraat 3 II,
Amsterdam-Oost.
[Referentienummer en datum:]
46A/321/95 M. 25 September 1942.
[Inhoud:]
Op grond van het feit, dat is geconstateerd, dat U zich op 22 dezer op de markt Dapperplein hebt schuldig gemaakt aan prijsopdrijving, doordat U schar hebt verkocht voor ƒ 1,20 per kg., terwijl de vastgestelde prijs ƒ 0,60 was, schors ik U hierbij, op grond van het bepaalde in het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, van de verdeeling, terwijl ik den Burgemeester de vraag heb voorgelegd, welke maatregelen te Uwen aanzien moeten worden genomen.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Schorsing van een marktkoopman wegens prijsopdrijving.
* Overtreding: De heer Zalmstra heeft op 22 september 1942 op de Dapper-markt vis (schar) verkocht voor het dubbele van de vastgestelde prijs (1,20 gulden in plaats van 0,60 gulden per kilo).
* Sanctie: De overtreder wordt direct geschorst "van de verdeeling" (hij krijgt geen voorraad meer toegewezen om te verkopen). Daarnaast is de zaak voorgelegd aan de burgemeester voor verdere maatregelen.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar het "2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941". Dit document stamt uit de tijd van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er een strikt systeem van prijsbeheersing en distributie om de schaarste aan goederen en voedsel te reguleren en zwarte handel tegen te gaan.
De "prijsopdrijving" waar de heer Zalmstra van wordt beschuldigd, werd door de bezetter en de meewerkende Nederlandse autoriteiten streng gestraft, omdat het de stabiliteit van het distributiesysteem ondermijnde. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een centrale plek voor de voedselvoorziening van de lokale bevolking. Het feit dat de zaak aan de burgemeester werd voorgelegd, suggereert dat er mogelijk zwaardere straffen, zoals een definitief beroepsverbod of boetes, konden volgen. De bureaucratische taal en de verwijzing naar specifieke besluiten uit 1941 zijn typerend voor de manier waarop de economie tijdens de oorlogsjaren werd beheerd.