Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 211
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

9 oktober 1942. Van: Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een rijksbureau of voedselvoorzieningsinstantie). Aan: Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 2e Adelheidstraat 300, Den Haag.

Origineel

9 oktober 1942. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een rijksbureau of voedselvoorzieningsinstantie). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 2e Adelheidstraat 300, Den Haag. [Handgeschreven:] Verzonden 9/10

VB/HB.

den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
Den Haag.

46A/321/106 M. 9 October 1942,

Verdeeling visch
C.Buter.

Naar aanleiding van Uw brief d.d.14 September j.l. No.21818/
/Afd. V./Ian. bericht ik U, dat bij een nader ingesteld onderzoek
is gebleken, dat Buter op Zaterdag 22 Augustus j.l. geen aal heeft
ontvangen. De mededeeling, als zou de aal elders hebben verkocht,
berustte slechts op een vermoeden van het publiek, daar Buter
dien dag niet op de markt was verschenen.
Ik heb de eer U te adviseren, deze aangelegenheid hiermede
als afgedaan te beschouwen.

De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een eerdere klacht of vraag van de Nederlandsche Visscherijcentrale betreffende de vishandelaar C. Buter. Centraal staat een vermoeden van onregelmatigheden in de visdistributie op 22 augustus 1942.

De kernpunten van de analyse:
* Aanleiding: Een brief van 14 september 1942 waarin melding werd gemaakt van een mogelijke illegale verkoop ("elders verkocht") van aal door Buter.
* Bevindingen: Uit onderzoek is gebleken dat de handelaar op de betreffende zaterdag helemaal geen aal geleverd heeft gekregen.
* Conclusie: De beschuldiging was gebaseerd op een onjuist "vermoeden van het publiek", dat ontstond omdat Buter die dag simpelweg niet op de markt aanwezig was. De zaak wordt daarom gesloten.
* Toon: De taal is uiterst formeel en bureaucratisch ("Ik heb de eer U te adviseren"). Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was voedsel schaars en stond de distributie onder strikte controle van de overheid om de zwarte handel tegen te gaan.

De Nederlandsche Visscherijcentrale was een organisatie die tijdens de bezetting een centrale rol speelde in de regulering van de visvangst en -handel. Omdat veel goederen op de bon waren, leidde de afwezigheid van een handelaar op de markt al snel tot achterdocht bij de hongerige bevolking. Men verdacht handelaren er onmiddellijk van hun voorraad achter te houden voor de zwarte markt (tegen hogere prijzen).

Deze brief illustreert hoe de bureaucratische machine zelfs kleine geruchten over "verdwenen" aal serieus onderzocht om de grip op de voedselvoorziening te behouden en sociale onrust te voorkomen.

Samenvatting

Deze brief is een formeel antwoord op een eerdere klacht of vraag van de Nederlandsche Visscherijcentrale betreffende de vishandelaar C. Buter. Centraal staat een vermoeden van onregelmatigheden in de visdistributie op 22 augustus 1942.

De kernpunten van de analyse:
* Aanleiding: Een brief van 14 september 1942 waarin melding werd gemaakt van een mogelijke illegale verkoop ("elders verkocht") van aal door Buter.
* Bevindingen: Uit onderzoek is gebleken dat de handelaar op de betreffende zaterdag helemaal geen aal geleverd heeft gekregen.
* Conclusie: De beschuldiging was gebaseerd op een onjuist "vermoeden van het publiek", dat ontstond omdat Buter die dag simpelweg niet op de markt aanwezig was. De zaak wordt daarom gesloten.
* Toon: De taal is uiterst formeel en bureaucratisch ("Ik heb de eer U te adviseren").

Historische Context

Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was voedsel schaars en stond de distributie onder strikte controle van de overheid om de zwarte handel tegen te gaan.

De Nederlandsche Visscherijcentrale was een organisatie die tijdens de bezetting een centrale rol speelde in de regulering van de visvangst en -handel. Omdat veel goederen op de bon waren, leidde de afwezigheid van een handelaar op de markt al snel tot achterdocht bij de hongerige bevolking. Men verdacht handelaren er onmiddellijk van hun voorraad achter te houden voor de zwarte markt (tegen hogere prijzen).

Deze brief illustreert hoe de bureaucratische machine zelfs kleine geruchten over "verdwenen" aal serieus onderzocht om de grip op de voedselvoorziening te behouden en sociale onrust te voorkomen.

Gerelateerde Documenten 6