Doorslag van een verzonden zakelijke brief.
Origineel
Doorslag van een verzonden zakelijke brief. 30 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie of een afdeling van de Visscherijcentrale). Den Heer L. Rooseman, Willem de Zwijgerlaan 22, Amsterdam-West. Handgeschreven linksboven: Verzonden 30/9
Typemachine:
VD/HB.
den Heer L.Rooseman,
Willem de Zwijgerlaan 22,
Amsterdam-West.
Wijk 26.
46A/571/5 M. 30 September 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 dezer No.520, deel ik
U mede, dat U krachtens de door de Nederlandsche Visscherijcentrale
uitgevaardigde voorschriften niet gerechtigd was om aan U toegewezen
garnalen aan een anderen groothandelaar te verkoopen; U had deze
garnalen zelf aan de Gemeentelijke Vischmarkt moeten aanvoeren, al-
waar ze onder de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren
moesten worden verdeeld.
Uw brief bevestigt dan ook volkomen de feiten, neergelegd in
het door een mijner ambtenaren uitgebracht rapport; nieuwe gezichts-
punten komen hierdoor niet naar voren, zoodat er mijnerzijds geen
enkele reden bestaat, om op de tegen U genomen strafmaatregel terug
te komen.
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een bezwaarschrift. De ontvanger, de heer L. Rooseman, had blijkbaar geprotesteerd tegen een opgelegde strafmaatregel. Uit de tekst blijkt dat Rooseman, die waarschijnlijk werkzaam was in de vishandel, de fout is ingegaan door garnalen direct aan een andere groothandelaar te verkopen.
Volgens de geldende regels had hij de garnalen moeten aanbieden bij de Gemeentelijke Vischmarkt, zodat deze via het officiële distributiesysteem onder kleinhandelaren verdeeld konden worden. Omdat Rooseman in zijn eigen brief de feiten heeft toegegeven, ziet de directeur geen reden om de strafmaatregel (zoals een boete of intrekking van een vergunning) in te trekken of te matigen. De brief dateert uit september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem om schaarste te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan.
De genoemde Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 door de bezetter opgericht om de gehele visserijsector onder centrale controle te brengen. Vissers en handelaren waren verplicht hun vangst via aangewezen kanalen (zoals de Gemeentelijke Vischmarkt) te verhandelen tegen vastgestelde prijzen. Het buiten deze kanalen om verhandelen van goederen werd streng bestraft, omdat dit werd gezien als een ondermijning van de officiële voedseldistributie. De toon van de brief is dan ook onverbiddelijk en bureaucratisch. L. Rooseman