Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 330
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Administratieve correspondentie (handgeschreven memo/begeleidend schrijven).

12 oktober 1942. Van: Onbekend (geparafeerd, mogelijk een afdelingshoofd of secretaris).

Origineel

Administratieve correspondentie (handgeschreven memo/begeleidend schrijven). 12 oktober 1942. Onbekend (geparafeerd, mogelijk een afdelingshoofd of secretaris). [Links boven, in rode inkt:]
46 a/321/118

[Rechts boven:]
A’dam $\frac{12}{10}$ '42
Weth. Arb. Zaken

[Hoofdtekst:]
Ingevolge Uw telefonische
opdracht heb ik de eer U in
bijlage dezes een opgave te zenden,
houdende de namen van personen,
die voor bepaalden of onbepaalden
tijd van de C.M. of voor de verdeling
van de Vischmarkt zijn uitgesloten.

[Paraaf/Handtekening]

[Midden:]
A’dam, $\frac{12}{10}$ '42
W. L. M.

[Onderste tekst:]
Voor de goede orde heb ik de
eer U in bijlage dezes een afschrift van
een opgave te doen toekomen, welke ik
heden, ingevolge Uw opdracht, aan
Uw Ambtgenoot voor de Arb. Zaken
deed toekomen.

[Paraaf/Handtekening]

[Links onder, in rode inkt:]
119 Het document is een kort administratief schrijven uit de bezettingstijd, gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor Arbeidszaken. De kern van de brief is het toesturen van een lijst ("opgave") met namen van personen die zijn uitgesloten van bepaalde marktactiviteiten.

Specifiek worden genoemd:
* De C.M.: Zeer waarschijnlijk de Centrale Markt in Amsterdam.
* De Vischmarkt: De verdeling/toewijzing op de vismarkt.

De tekst is formeel van aard ("heb ik de eer U... te zenden") en verwijst naar een voorafgaande telefonische opdracht. Het onderste gedeelte van het document fungeert als een bevestiging dat een kopie van deze lijst ook naar een "ambtgenoot" (collega-functionaris) op hetzelfde terrein is gestuurd. De afkorting "W.L.M." in het midden zou kunnen staan voor een specifieke afdeling of dossiercategorie binnen de gemeentelijke administratie. Dit document stamt uit oktober 1942, een periode waarin de Duitse bezetter en het collaborerende gemeentebestuur de controle over de voedselvoorziening en de arbeidsmarkt in Amsterdam strak hadden aangetrokken.

Uitsluiting van de Centrale Markt of de Vischmarkt was een zware sanctie. Dit kon verschillende redenen hebben:
1. Economische delicten: Personen die zich bezighielden met de zwarte handel of prijsopdrijving werden vaak verbannen van de officiële markten.
2. Antisemitische maatregelen: In 1942 was de uitsluiting van Joodse ondernemers en handelaren van openbare markten en economische activiteiten al ver gevorderd. Hoewel de brief niet expliciet 'Joden' noemt, vallen dergelijke administratieve lijsten vaak binnen het kader van de uitsluitingspolitiek.
3. Arbeidsinzet: Gezien de adressering aan de wethouder van Arbeidszaken, kan de uitsluiting ook te maken hebben met werkweigering of het niet opvolgen van verordeningen omtrent de arbeidsinzet (Arbeitseinsatz).

Het document weerspiegelt de bureaucratische precisie waarmee personen in kaart werden gebracht en uitgesloten van het openbare en economische leven tijdens de oorlogsjaren. Arbeidszaken (Wethouder)

Samenvatting

Het document is een kort administratief schrijven uit de bezettingstijd, gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor Arbeidszaken. De kern van de brief is het toesturen van een lijst ("opgave") met namen van personen die zijn uitgesloten van bepaalde marktactiviteiten.

Specifiek worden genoemd:
* De C.M.: Zeer waarschijnlijk de Centrale Markt in Amsterdam.
* De Vischmarkt: De verdeling/toewijzing op de vismarkt.

De tekst is formeel van aard ("heb ik de eer U... te zenden") en verwijst naar een voorafgaande telefonische opdracht. Het onderste gedeelte van het document fungeert als een bevestiging dat een kopie van deze lijst ook naar een "ambtgenoot" (collega-functionaris) op hetzelfde terrein is gestuurd. De afkorting "W.L.M." in het midden zou kunnen staan voor een specifieke afdeling of dossiercategorie binnen de gemeentelijke administratie.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1942, een periode waarin de Duitse bezetter en het collaborerende gemeentebestuur de controle over de voedselvoorziening en de arbeidsmarkt in Amsterdam strak hadden aangetrokken.

Uitsluiting van de Centrale Markt of de Vischmarkt was een zware sanctie. Dit kon verschillende redenen hebben:
1. Economische delicten: Personen die zich bezighielden met de zwarte handel of prijsopdrijving werden vaak verbannen van de officiële markten.
2. Antisemitische maatregelen: In 1942 was de uitsluiting van Joodse ondernemers en handelaren van openbare markten en economische activiteiten al ver gevorderd. Hoewel de brief niet expliciet 'Joden' noemt, vallen dergelijke administratieve lijsten vaak binnen het kader van de uitsluitingspolitiek.
3. Arbeidsinzet: Gezien de adressering aan de wethouder van Arbeidszaken, kan de uitsluiting ook te maken hebben met werkweigering of het niet opvolgen van verordeningen omtrent de arbeidsinzet (Arbeitseinsatz).

Het document weerspiegelt de bureaucratische precisie waarmee personen in kaart werden gebracht en uitgesloten van het openbare en economische leven tijdens de oorlogsjaren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6