Getypte doorslagen (afschriften) van een verzoekschrift en een ambtelijk verslag.
Origineel
Getypte doorslagen (afschriften) van een verzoekschrift en een ambtelijk verslag. 8 november 1942 en 16 november 1942. [Document 1 - Bovenste gedeelte]
AFSCHRIFT.
No. 259 L.M. 1942 9/11.
Amsterdam, 8 November 1942.
Weldele Heer
Op 13 October 1942 ontving ik 10 pond gerookte baars, hoofdzakelijk voor de poes. Aangezien ddzze baars voor de consument niet te gebruiken is. Mijn collega ontving hetzelfde maar daar hij geen klanten voor heeft, deed hij het aan mij over voor hetzelfde geld. Mijn plicht was het om het aan den marktmeester op te geven. Op mijn standplaats aangekomen stonden er al menschen op mij te wachten, voor mosselen. Het kistje baars is toen door mijn hoofd gegaan. En omdat ik dat vergeten heb ben ik voor 8 maanden geschorst. Volgens dien ambtenaar is die straf veel te zwaar, met een berisping of kleine straf had de zaak afgedaan moeten zijn. Nu wilde ik U vragen om wat medewerking aangezien ik niet weet wat ik beginnen moet, daar mijn vrouw in verwachting is van het tweede kind.
Hoogachtend,
H. Hinse,
Kinkerstraat 266 III,
Amsterdam-West.
[Document 2 - Onderste gedeelte]
AFSCHRIFT.
No. 259 L.M. 1942 16/11.
Mr. Reitsma, Aan het loket vervoegde zich H. Hinse, die gestraft werd met uitsluiting van de vischverdeeling gedurende 8 maanden, omdat hij vergeten had een kistje gerookte baars aan den marktmeester op te geven, welk kistje hij dien dag uit collegialiteit had overgenomen van een anderen venter (Jonker) die het niet verkoopen kon.
Hinse deelde mij mede, dit opgeven eerlijk vergeten te hebben door de groote drukte tijdens zijn mosselenverkoop, toen de menschen in de rij stonden. Hij wist wel, dat hij het doen moest. s'avonds kwam de marktmeester en zeide hem proces-verbaal aan.
Hij staat 14 jaar op de markt en zehgt nooitnlast te veroorzaken en vraagt of de Wethouder ditmaal clement wil zijn en hem minder straf wil opleggen voor zijn vergeetachtigheid.
De man weet zich geen raad. Het document bevat de correspondentie rondom een administratieve sanctie tegen een Amsterdamse visboer, H. Hinse, tijdens de Duitse bezetting.
- De overtreding: Hinse heeft 10 pond (ca. 5 kg) gerookte baars overgenomen van een collega zonder dit te melden bij de marktmeester. In tijden van schaarste en distributie was het strikt verboden om handelswaar buiten de officiële kanalen en registratie om te verhandelen.
- De verdediging: Hinse voert aan dat de vis van slechte kwaliteit was ("voor de poes") en dat hij het simpelweg vergeten is op te geven door de drukte bij zijn mosselkraam. Hij benadrukt zijn onbesproken gedrag van 14 jaar en zijn penibele privésituatie (een zwangere vrouw).
- De straf: De uitsluiting van de visverdeling voor 8 maanden is een zware economische sanctie die in feite neerkomt op een beroepsverbod voor die periode, wat in oorlogstijd direct tot armoede leidde.
- Bureaucracie: Het tweede deel toont de interne afhandeling. Een loketambtenaar brengt verslag uit aan "Mr. Reitsma" en lijkt enige empathie te tonen voor de wanhoop van de man ("De man weet zich geen raad"). Dit document is exemplarisch voor de strikte controle op de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1942). De bezetter en de lokale overheid hanteerden strenge regels om de zwarte handel in te dammen. Zelfs kleine hoeveelheden kwalitatief minderwaardige vis ("voor de poes") vielen onder de distributiewetten. De straffen waren vaak buitenproportioneel streng om een afschrikwekkende werking te hebben. De Kinkerstraat, waar Hinse woonde, was en is een bekende marktbuurt in Amsterdam-West, waar de sociale impact van dergelijke sancties groot was.