Ambtelijk rapport/notitie betreffende markttoezicht.
Origineel
Ambtelijk rapport/notitie betreffende markttoezicht. 21 oktober 1942 (met latere aantekeningen tot 4 november 1942). [Koptekst]
Nieuwmarkt 21 Oct: 1942 246
Nº 4/6/327/124 M. 1942 27/10
[Adressering]
Den Heer Inspecteur
[Hoofdtekst]
Door H. Freyer pl: n: 65 werd op 14 Oct: j: l: als aanvoer opgegeven 110 k:Gr: mosselen. Op mijn opmerking dat in die kar zeker geen 110 k:Gr: mosselen waren, (hoogstens 20 k:Gr:) kreeg ik ten antwoord „neen ik heb bij Wynand Fockink, Pijlsteeg, 2 x 40 k:Gr: afgeleverd, dat doe ik altijd”. Nu was mijn vraag is dat in orde?
J. Renz [?]
[Marginale notitie links, verticaal]
H. Freijer wist niet dat hij geen mosselen als personeel v. Fockink mocht leveren. Dat voldoen direct aan publiek leveren. M.i. kan in dit geval worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing 4-11-42 [initialen]
[Onderste aantekeningen]
m.i. moet H. Freijer van mosselen worden uitgesloten.
Mondeling door Insp. gesproken opb. [initialen]
m.i. oproepen
Freyer kan dit toch inderdaad niet geweten hebben! 26-10-’42 de Haan
oproepen p. 4/11 Het document betreft een inspectierapport over een overtreding van de distributievoorschriften op de Amsterdamse Nieuwmarkt in 1942.
- De overtreding: Koopman H. Freyer geeft aan 110 kg mosselen te hebben aangevoerd, maar de inspecteur constateert dat er slechts 20 kg in zijn kar ligt. De overige 80 kg heeft Freyer direct geleverd aan de bekende firma Wynand Fockink.
- Het geschil: De kern van het probleem is dat kooplieden verplicht waren hun gehele voorraad direct aan het publiek (de consument) aan te bieden op de markt, in plaats van onderhands aan horeca of tussenhandel te leveren. Dit was cruciaal voor de voedselvoorziening van de burgerbevolking.
- De afhandeling: Er is binnen de dienst onenigheid over de strafmaat. Een eerste reactie (onder de handtekening van Renz) stelt voor Freyer uit te sluiten van de mosselhandel. Een hogere ambtenaar, De Haan, toont clementie op 26 oktober met de opmerking dat Freyer het "inderdaad niet geweten kan hebben". Uiteindelijk wordt in de kantlijn besloten tot een schriftelijke waarschuwing op 4 november 1942. Dit document is een treffend voorbeeld van de strikte regulering van de voedselmarkt in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanwege schaarste en rantsoenering was de controle op de aanvoer en verkoop van versproducten zoals mosselen zeer streng (het "Bureau Aan- en Verkoop van Zeevisch").
Directe levering aan bedrijven ("onder de toonbank" of buiten de markt om) werd gezien als een ondermijning van het distributiestelsel en kon leiden tot zware straffen of uitsluiting van de handel. De vermelding van Wynand Fockink, een tot op de dag van vandaag bestaand proeflokaal bij de Dam, plaatst de gebeurtenis midden in het historische hart van Amsterdam. De wisselende meningen op het document tonen de bureaucratische afhandeling van kleine overtredingen in een tijd van grote schaarste. H. Freyer (koopman plaatsnummer 65) J. Renz (inspecteur/rapporteur) de Haan (ondertekenaar besluit).