Ambtsbericht / Inspectierapport van de Centrale Contrôle-dienst (CCD).
Origineel
Ambtsbericht / Inspectierapport van de Centrale Contrôle-dienst (CCD). [Linksboven, stempel/tekst:]
Centrale Controle-dienst
Afd. Prijsbeheersing en Voeding
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 24 November 1942
Aan de
Heeren Directie van het Marktwezen
te Amsterdam.
Naar aanleiding van telefonische mededeeling
van den Heer Visscher dat Leden van
C. Koning-Koopman, Balistraat 96 en
S. de Leeuw-Til, Jan Galenstraat 94, beiden
te Amsterdam,
tegen een gisteren sprot-filet overmatige
prijsverh. zouden hebben ontvangen van een afslag,
door mij, A Hoogveen, Controleur C.C.D. op last
van den Heer Visscher, een onderzoek ingesteld
te 13.- uur.
Bij C. Koning-Koopman is echter totaal geen
visch aangetroffen, terwijl bleek dat wel aanwezig
was geweest 2 + 12 pond gestoomde bliek, hetgeen
was toegegeven en waaraan een bijzondere passa-
bon was overhandigd.
Thans dient na te gaan of deze in-
vordering op naam van C. Koning-Koopman was
uitgeschreven.
De winkel van S. de Leeuw-Til was gesloten en
zoo te zien geheel leeg, dus resultaat nihil.
De Controleur C.C.D.
(get.) A. Hoogveen
Bijlage 1 passabon
Nº 080 323 dd 24-XI-42.
[In de linkerkantlijn, blauw potlood:]
afgezegd
Serie
7-11-42
de Haan
[Onderaan, in dikker handschrift:]
was telef. mededeeling v. Th. Frommé !
(paraph)
[Stempel onderaan:]
Nº 46a/321/135 M. 1942 27/11
[Onderaan handgeschreven krabbel:]
Koning mondeling onderhouden met H. v. Meurs.
Th Frommé houdt vol op [onleesbaar] verkoop
door deze zaken [onleesbaar] 27/11 42 Dit document is een verslag van een controleur van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCD) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De CCD was belast met het toezicht op de distributie, prijzen en zwarte handel.
In dit specifieke geval werd er gereageerd op een telefonische tip (vermoedelijk een aangifte van een burger of een andere ambtenaar, hier genoemd als Th. Frommé). De verdenking was dat er garnalen en sprotfilet werden verkocht tegen prijzen die de vastgestelde maximumtarieven overschreden.
De controleur, A. Hoogveen, stelt vast dat:
1. Bij de winkel in de Balistraat de vis al verkocht was, op een kleine hoeveelheid gestoomde 'bliek' (kleine witvis) na.
2. Er sprake is van een "passabon", wat wijst op de strikte regulering van de handel via vergunningen en bonnen.
3. De tweede locatie in de Jan Galenstraat gesloten en leeg was.
Het rapport eindigt met de notitie dat een van de verdachten mondeling is aangesproken ("onderhouden"). De handgeschreven toevoeging onderaan suggereert een intern conflict of twijfel: de informant (Frommé) blijft erbij dat er onrechtmatige verkoop heeft plaatsgevonden, ondanks dat de controleur weinig bewijs vond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was voedsel in Nederland schaars en strikt gerantsoeneerd. De Afd. Prijsbeheersing moest voorkomen dat handelaren misbruik maakten van de schaarste door woekerprijzen te vragen. De visserijsector was hierbij een punt van constante zorg voor de autoriteiten, omdat vis vaak buiten de officiële veilingen (de "afslag") om werd verhandeld.
Dit document illustreert de sfeer van wantrouwen en controle: ambtenaren die op basis van tips (soms voortkomend uit burgerplicht, soms uit rancune) invallen deden bij kleine winkeliers. De vermelding van "bliek" en "sprot" is typerend voor de oorlogsjaren, toen kwaliteitsvis vaak naar Duitsland ging of onbetaalbaar was, en de bevolking afhankelijk was van minder courante vissoorten. De datum, november 1942, plaatst dit in een periode waarin de tekorten in de steden nijpend begonnen te worden.