Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 15 december 1942. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14 (West). Den Heer C. Brave, Anjelierstraat 126 III, Amsterdam-Centrum. [Links boven: Gemeentewapen van Amsterdam]
Telefoon 85151
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West) HB.
Aan: den Heer C. Brave,
Anjelierstraat 126 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden
No.: 46a/321/143a Bijlagen:
Datum: 15 December 1942.
Onderwerp:
Mij is gerapporteerd, dat U op 10 December jl. op de markt Jan Evertsenstraat ~~visch en~~ mosselen heeft verkocht ~~in strijd met de bepalingen van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941~~ boven de daarvoor vastgestelde prijs, terwijl U niet zelf een toewijzing h.w. visch hebt verkregen.
In verband hiermede, sluit ik U voorloopig van de verdeeling van visch aan den afslag alhier uit, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorgelegd, welke maatregelen te Uwen aanzien genomen dienen te worden.
De Directeur,
wnd.
[Linksonder drukkerskenmerk:]
Model A.Z. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
20168-10-42-1500-606 Deze brief is een formeel disciplinair schrijven van de Dienst Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is een geconstateerde overtreding door marktkoopman C. Brave op de markt aan de Jan Evertsenstraat.
Opvallend zijn de handmatige correcties in de getypte tekst. De oorspronkelijke tekst verwees algemeen naar het "Visscherijbesluit 1941", maar dit is doorgehaald en vervangen door de specifiekere aanklacht: het verkopen boven de vastgestelde prijs en het verkopen zonder de benodigde toewijzing. Dit wijst op een verscherping of precisering van de aanklacht tijdens het opstellen van de brief.
De sanctie is direct: de heer Brave wordt voorlopig uitgesloten van de visafslag, wat betekent dat hij geen handelswaar meer kan inkopen via de officiële kanalen. Bovendien wordt de zaak geëscaleerd naar de Burgemeester voor verdere maatregelen, wat duidt op de ernst waarmee dergelijke economische overtredingen destijds werden behandeld. Het document dateert van december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om de distributie te beheersen en de zwarte handel in te dammen, hanteerde de bezetter (en het Nederlandse bestuur onder toezicht) strikte prijsbeheersing en distributiesystemen.
Het "Visscherijbesluit 1941" was een van de vele regelingen die bedoeld waren om de voedselvoorziening te controleren. Marktkooplieden waren gebonden aan maximumprijzen en moesten over officiële toewijzingen beschikken om producten te mogen verkopen. Prijsopdrijving (verkopen boven de vastgestelde prijs) werd in deze tijd van schaarste zwaar bestraft, omdat het de officiële rantsoenering ondermijnde en enkel ten goede kwam aan de zwarte markt. De bemoeienis van de Burgemeester in deze zaak moet worden gezien in het licht van het toenmalige gezag, waarbij de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) vergaande bevoegdheden had op het gebied van openbare orde en economische handhaving.